Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 2:3b Wft

Geldt sinds 19 februari 2019

  1. 1

    De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge: a.artikel 3:8 met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen; b.artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen; c.artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening; d.artikel 3:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot het minimum aantal personen dat het dagelijks beleid bepaalt en de plaats van waaruit zij hun werkzaamheden verrichten; e.artikel 3:16, eerste en tweede lid, met betrekking tot de zeggenschapsstructuur; f.artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; g.artikel 3:29a, eerste lid, met betrekking tot het veiligstellen van ontvangen middelen uit betaaldiensten, voor zover van toepassing; h.artikel 3:53, eerste en derde lid, met betrekking tot het minimum eigen vermogen; i.artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, met betrekking tot de solvabiliteit.

  2. 2

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, verleent de Nederlandsche Bank een vergunning uitsluitend indien de aanvrager aantoont dat hij ten minste een deel van zijn bedrijf zal uitoefenen in Nederland.

  3. 3

    Indien de aanvraag een betaalinstelling of elektronischgeldinstelling betreft waarin een gekwalificeerde deelneming wordt gehouden, verleent de Nederlandsche Bank, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, een vergunning uitsluitend indien de houder van de gekwalificeerde deelneming een verklaring van geen bezwaar overeenkomstig artikel 3:95, tweede lid, heeft aangevraagd, en de Nederlandsche Bank vaststelt dat voldaan is aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:99 tot en met 3:101 met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.

  4. 4

    Indien de aanvrager voornemens is uitsluitend betaalinitiatiediensten te verlenen, is het eerste lid, onderdelen g en i, niet van toepassing.

  5. 5

    Indien de aanvrager voornemens is uitsluitend rekeninginformatiediensten te verlenen, is het eerste lid, onderdelen g, h en i, niet van toepassing.

  6. 6

    De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

  7. 7

    De Nederlandsche Bank beslist op de aanvraag binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, of, indien de aanvraag onvolledig is, binnen drie maanden na ontvangst van alle voor het nemen van de beslissing benodigde gegevens.

  8. 8

    De artikelen 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht en 1:102, derde lid, zijn niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CBB:2026:25College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27 januari 2026 (bestuursrecht)

    Boetes voor overtredingen van de Wwft, Sw en de SIRA-verplichting. Het College is van oordeel dat DNB terecht heeft vastgesteld dat de overtredingen zijn begaan en de boetes terecht zijn opgelegd.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:1634Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2025 (civiel recht)

    bestuurdersaansprakelijkheid; vervoer van contant geld; schade in verband met faillissement geldtransportbedrijf; verwijten aan bestuurders van geldtransportbedrijf in verband met handelen zonder…

  • ECLI:NL:CBB:2017:274College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 juli 2017 (bestuursrecht)

    Boete wegens overtreding van artikel 3:10, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wft. Artikel 10 Besluit prudentiële regels. Artikelen 3 en 16 van de Wwft. Mede gelet op de aard en omvang van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2015:4231Rechtbank Rotterdam, 18 juni 2015 (bestuursrecht)

    BC, bestuurlijke boete Wft aan bedrijf en feitelijk leidinggevende, overgangsrecht artikel 2:3a Wft, matiging wegens verminderde ernst en evenredigheid

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.