Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:266 Wft

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    De paragrafen 3.5.6.1 tot en met 3.5.6.1B zijn van overeenkomstige toepassing op: a.beleggingsondernemingen met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verlenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die ingevolge het tweede lid hebben gekozen voor een aanvullende deelname aan het beleggerscompensatiestelsel; b.banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die ingevolge het derde lid hebben gekozen voor een aanvullende deelname aan het depositogarantiestelsel; en c.banken en financiële instellingen met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor en die ingevolge het vierde lid hebben gekozen voor een aanvullende deelname aan het beleggerscompensatiestelsel.

  2. 2

    Een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat die beleggingsdiensten verleent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor kan, indien de dekking van een in die lidstaat toepasselijk stelsel van beleggerscompensatie beperkter is dan de dekking van het beleggerscompensatiestelsel, kiezen voor deelname aan het beleggerscompensatiestelsel, ter aanvulling van de dekking van het stelsel in de lidstaat van de zetel.

  3. 3

    Een bank met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor kan, indien de dekking van een in die lidstaat toepasselijk stelsel van depositogarantie beperkter is dan de dekking van het depositogarantiestelsel, kiezen voor deelname aan het depositogarantiestelsel, ter aanvulling van de dekking van het stelsel in de lidstaat van de zetel.

  4. 4

    Een bank of een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die haar bedrijf uitoefent vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, waaraan het ingevolge artikel 2:15, onderscheidenlijk artikel 2:112, is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen, kan indien de dekking van een in die lidstaat toepasselijk stelsel van beleggerscompensatie beperkter is dan de dekking van het beleggerscompensatiestelsel, kiezen voor deelname aan het beleggerscompensatiestelsel, ter aanvulling van de dekking van het stelsel in de lidstaat waar de zetel zich bevindt.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de deelname aan een vangnetregeling door een bank of beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat die een in Nederland gelegen bijkantoor heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BN0765Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2010 (bestuursrecht)

    : Icesave. Uitvoering door DNB van het Nederlandse en IJslandse depositogatantiestelsel. De spaarrekening is destijds bij het bijkantoor van Lansbanki in Nederland geopend door één van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BN0767Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2010 (bestuursrecht)

    : Icesave. Uitvoering door DNB van het Nederlandse en IJslandse depositogatantiestelsel. De spaarrekening is destijds bij het bijkantoor van Lansbanki in Nederland geopend door één van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BN0768Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2010 (bestuursrecht)

    Icesave. DNB weigert vergoeding uit hoofde van het Nederlandse depositogarantiesel aan twee managers van het bijkantoor van Landsbanki in Nederland. Richtlijn 94/19/EG laat toe dat de nationale…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BN0771Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2010 (bestuursrecht)

    : Icesave. Uitvoering door DNB van het Nederlandse en IJslandse depositogatantiestelsel. De spaarrekening is destijds bij het bijkantoor van Lansbanki in Nederland geopend door B. Aan die persoon…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.