Huidige tekst
Artikel 3:17c Wft
- 1
Een bank met zetel in Nederland draagt er zorg voor dat de naleving van de bij of krachtens de artikelen 3:10 en 3:17 gestelde regels en de daaruit voor natuurlijke personen voortvloeiende integriteits- en zorgvuldigheidsnormen binnen de bank is gewaarborgd in een tuchtrechtelijke regeling waaraan de in de artikelen 3:8 en 3:17b, tweede lid, bedoelde natuurlijke personen werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de bank zijn onderworpen en waarvan de toepassing en uitvoering zijn opgedragen aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie.
- 2
De tuchtrechtelijke regeling, bedoeld in het eerste lid, voldoet voorts aan de volgende eisen: a.de omvang van de groep van natuurlijke personen waarop de regeling van toepassing is, is van voldoende betekenis; en b.de regeling voorziet in adequate waarborgen voor een behoorlijke procesgang.
- 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan een tuchtrechtelijke regeling als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen.