Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:17c Wft

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Een bank met zetel in Nederland draagt er zorg voor dat de naleving van de bij of krachtens de artikelen 3:10 en 3:17 gestelde regels en de daaruit voor natuurlijke personen voortvloeiende integriteits- en zorgvuldigheidsnormen binnen de bank is gewaarborgd in een tuchtrechtelijke regeling waaraan de in de artikelen 3:8 en 3:17b, tweede lid, bedoelde natuurlijke personen werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de bank zijn onderworpen en waarvan de toepassing en uitvoering zijn opgedragen aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie.

  2. 2

    De tuchtrechtelijke regeling, bedoeld in het eerste lid, voldoet voorts aan de volgende eisen: a.de omvang van de groep van natuurlijke personen waarop de regeling van toepassing is, is van voldoende betekenis; en b.de regeling voorziet in adequate waarborgen voor een behoorlijke procesgang.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan een tuchtrechtelijke regeling als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:1246Rechtbank Noord-Holland, 12 januari 2021 (arbeidsrecht)

    Arbeidsrecht. Ontbinding op de e-grond. Baliemedewerkster van een bankfiliaal handelt ernstig verwijtbaar door in strijd met kenbaar beleid van de bank een klant die een biljet van € 500 wilde…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:461Gerechtshof Den Haag, 13 maart 2020 (civiel recht)

    Bankmedewerker met lang dienstverband, belangenverstrengeling door uitbetalen klantvergoeding aan partner, privérekeningen bekijken e.d. Geen dringende reden, wel ontbinding wegens verwijtbaar…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.