Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 5.16 IB

Geldt sinds 1 januari 2023

Vrijstelling nettolijfrenten 1 Tot de bezittingen behoren niet nettolijfrenten. 2 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een nettolijfrente verstaan: a.een lijfrente als bedoeld in artikel 3.125, met dien verstande dat het bedrag, genoemd in artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, wordt vermenigvuldigd met de nettofactor, bedoeld in het vierde lid; b.een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in artikel 3.126a, met dien verstande dat het bedrag, genoemd artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel a, onder 3°, wordt vermenigvuldigd met de nettofactor, bedoeld in het vierde lid; indien de ter zake daarvan verschuldigde premie voldoet aan de in het derde lid genoemde voorwaarden, het opbouwen van de nettolijfrente voor de belastingplichtige vrijwillig is en in de overeenkomst met de aanbieder, bedoeld in artikel 5.16a, is opgenomen dat het een nettolijfrente betreft. 3 Een lijfrente, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht als bedoeld in het tweede lid wordt uitsluitend als nettolijfrente aangemerkt, indien de ter zake daarvan verschuldigde premie: a.op de belastingplichtige heeft gedrukt; b.niet geheel of gedeeltelijk in aanmerking is genomen als uitgave voor inkomensvoorzieningen; c.blijft binnen de in deze afdeling gestelde begrenzingen; d.niet geheel of gedeeltelijk is voldaan na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingplichtige de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt. 4 De nettofactor bedraagt (100% – T), waarbij T gelijk is aan het in de laatste kolom van de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel als derde vermelde percentage. 5 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van dit artikel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2019:8495Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 oktober 2019 (belastingrecht)

    IB/PVV. Verlies op beleggingen in durfkapitaal. Beschikking ‘Verklaring betalingsonmacht’.

  • ECLI:NL:GHARL:2017:6777Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 augustus 2017 (belastingrecht)

    IB/PVV. Winst uit onderneming. Etikettering geldlening aan startende ondernemer. Verplicht ondernemingsvermogen?

  • ECLI:NL:RBGEL:2015:1218Rechtbank Gelderland, 26 februari 2015 (belastingrecht)

    IB/PVV. 2010. Artikel 3.91, lid 3 Wet IB 2001. Ongebruikelijke terbeschikkingstelling: Gelet op de omstandigheden van het geval en de wetsgeschiedenis kan de geldverstrekking niet als ongebruikelijke…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.