Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.30 IB

Geldt sinds 1 januari 2007

Afschrijving op bedrijfsmiddelen 1 De afschrijving op goederen die voor het drijven van een onderneming worden gebruikt (bedrijfsmiddelen), wordt jaarlijks gesteld op het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaffings- of voortbrengingskosten dat aan het kalenderjaar kan worden toegerekend. 2 Het gedeelte van de nog niet afgeschreven aanschaffings- of voortbrengingskosten dat aan het kalenderjaar kan worden toegerekend bedraagt op jaarbasis met betrekking tot goodwill ten hoogste 10% en met betrekking tot andere bedrijfsmiddelen ten hoogste 20% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel. 3 De voortbrengingskosten van immateriële activa kunnen in het kalenderjaar van voortbrenging ineens worden afgeschreven. 4 De werkelijke aanschaffings- of voortbrengingskosten van voorwerpen van geringe waarde, waarvan de aanschaffings- of voortbrengingskosten gewoonlijk tot de lopende uitgaven van een onderneming worden gerekend, worden in het kalenderjaar van aanschaffing of voortbrenging ineens afgeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1039Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (belastingrecht)

    Produceert een calloptie op een 93%-belang een deelneming als de kans op niet-uitoefening zeer klein is? Economische eigendom? Passivering verplichting ex de optie? Jaarlijkse oprenting aftrekbaar of…

  • ECLI:NL:PHR:2025:698Parket bij de Hoge Raad, 20 juni 2025 (belastingrecht)

    CBb; weigering energie-investeringsaftrek; omvang bedrijfsmiddel; aanschaffings- of voortbrengingskosten; evenredigheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:PHR:2024:663Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2024 (belastingrecht)

    Driehoeksfusie; voorwaardelijke informele kapitaalstorting; moedervennootschap neemt betalingsverplichting op zich voor de koopsom voor aandelen in een target die in handen komen van een…

  • ECLI:NL:PHR:2024:695Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 14 juni 2024 inzake de cassatieberoepen met de rolnummers 23/04807 ECLI:NL:PHR:2024:631 23/04802 ECLI:NL:PHR:2024:707 en 24/00124 ECLI:NL:PHR:2024:658…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:15431Rechtbank Den Haag, 29 mei 2026 (belastingrecht)

    Verweerder heeft terecht geen rekening gehouden met een hogere afschrijving op machines en installaties en terecht een bijtelling voor privégebruik van de auto in aanmerking genomen. Ook is geen…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1321Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 mei 2025 (belastingrecht)

    Afschrijvingsbeperking voor gebouwen terecht toegepast op investering in zonnepanelen door woningcorporatie (artikel 8, lid 1, Wet Vpb jo. art. 3.30a, lid 2, eerste volzin, Wet IB 2001). De…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:531Gerechtshof Amsterdam, 27 februari 2025 (belastingrecht)

    DA's Vpb 2016/2017, 2017/2018, 2018/2019 met verliesverrrekeningsbeschikkingen. Economische eigendom van een deelneming. Belanghebbende koopt een call en schrijft een put op aandelen, waarbij de…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:460Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 januari 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Melkveefosfaatrechten kwalificeren als bedrijfsmiddel, waardoor bij vervreemding daarvan een herinvesteringsreserve kan worden gevormd.

81 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.