Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.13 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Reguliere voordelen 1 Tot de reguliere voordelen bedoeld in artikel 4.12, onderdeel a, behoren mede: a.een forfaitair voordeel uit aandelen in of winstbewijzen van een lichaam dat ingevolge artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is vrijgesteld van de heffing van vennootschapsbelasting alsmede een forfaitair voordeel uit aandelen in of winstbewijzen van een niet in Nederland gevestigde vennootschap waarvan het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld en waarvan de bezittingen grotendeels, direct of indirect, bestaan uit beleggingen; b.de teruggaaf van wat op aandelen is gestort, waarbij een teruggaaf geen regulier voordeel vormt voorzover de teruggaaf niet meer bedraagt dan de verkrijgingsprijs van de desbetreffende aandelen en tevoren de algemene vergadering van aandeelhouders tot deze teruggaaf heeft besloten en de nominale waarde van de desbetreffende aandelen bij statutenwijziging met een gelijk bedrag is verminderd; c.de teruggaaf van wat op bewijzen van deelgerechtigdheid in een fonds voor gemene rekening als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, is gestort waarbij een teruggaaf geen regulier voordeel vormt voorzover de teruggaaf niet meer bedraagt dan de verkrijgingsprijs van de desbetreffende bewijzen van deelgerechtigdheid; d.de teruggaaf van wat door houders van winstbewijzen is gestort of ingelegd waarbij een teruggaaf geen regulier voordeel vormt voorzover de teruggaaf niet meer bedraagt dan de verkrijgingsprijs van de bedoelde winstbewijzen; e.de nominale waarde van aandelen die worden uitgereikt door een lichaam dat wordt aangemerkt als beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 28 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, voorzover niet blijkt dat storting heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden; f.het bovenmatige deel van schulden die de belastingplichtige, zijn partner of de belastingplichtige tezamen met zijn partner rechtens dan wel in feite direct of indirect heeft bij vennootschappen waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft (het fictief reguliere voordeel), waarbij onder schulden wordt verstaan: alle civielrechtelijke schuldverhoudingen en verplichtingen. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, wordt bijschrijving op aandelen met uitreiking van aandelen gelijkgesteld. 3 Behoudens de toepassing van het eerste lid, onderdeel e, behoren tot de reguliere voordelen niet de aan aandeelhouders uitgereikte aandelen. 4 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel f, blijven schulden uit hoofde van een civielrechtelijke verbondenheid van de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon voor een schuld die deel uitmaakt van het vermogen van een samenwerkingsverband waaruit de belastingplichtige of een met hem verbonden persoon winst uit onderneming geniet buiten beschouwing. 5 Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder een samenwerkingsverband verstaan: a.een vennootschap onder firma; b.een commanditaire vennootschap; c.een maatschap; d.een naar het recht van een andere staat opgericht of aangegaan lichaam dat een met een vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap vergelijkbare rechtsvorm heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2015:3602Hoge Raad, 18 december 2015 (belastingrecht)

    Art. 52a, lid 3, AWR; informatiebeschikking vervalt in verband met het aldaar bepaalde gedeeltelijk van rechtswege; verhouding art. 47 AWR en art. 7:4 Awb en 8:42 Awb.

  • ECLI:NL:PHR:2015:1702Parket bij de Hoge Raad, 17 augustus 2015 (belastingrecht)

    Over het jaar 2008 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Op 19 december 2011 heeft de Inspecteur een controleonderzoek aangekondigd…

  • ECLI:NL:PHR:2014:380Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2014 (belastingrecht)

    X (hierna: belanghebbende) heeft een pakket aandelen in A (hierna: de vennootschap) in bezit. Dit pakket vormt een fictief aanmerkelijk belang. In de jaren 2001 en 2002 heeft belanghebbende putopties…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BA6417Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2008 (belastingrecht)

    - artikel 20b, lid 1, letter c, Wet IB 1964; - terugbetaling agio zonder statutenwijziging belast, ondanks afwezigheid zuivere winst.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18507Rechtbank Den Haag, 2 juli 2026 (belastingrecht)

    inkomstenbelasting - Naar het oordeel van de rechtbank is belastingheffing over fictief regulier voordeel op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18508Rechtbank Den Haag, 2 juli 2026 (belastingrecht)

    inkomstenbelasting - Naar het oordeel van de rechtbank is belastingheffing over fictief regulier voordeel op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18509Rechtbank Den Haag, 2 juli 2026 (belastingrecht)

    inkomstenbelasting - Naar het oordeel van de rechtbank is belastingheffing over fictief regulier voordeel op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:18511Rechtbank Den Haag, 2 juli 2026 (belastingrecht)

    inkomstenbelasting - Naar het oordeel van de rechtbank is belastingheffing over fictief regulier voordeel op stelselniveau niet strijdig met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het Europees…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.