Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.15 IB

Geldt sinds 1 januari 2004

Kosten van reguliere voordelen 1 Kosten van reguliere voordelen zijn de daarop drukkende kosten voorzover zij zijn gemaakt tot verwerving, inning en behoud van die voordelen en in hun totale omvang niet overtreffen wat gebruikelijk is. 2 Bij de bepaling van de kosten van reguliere voordelen blijven renten en kosten van schulden die corresponderen met geldvorderingen als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, buiten aanmerking. 3 Voorzover in verband met de voldoening van aftrekbare kosten schulden ontstaan waarvan de verplichting tot betaling – anders dan voor het geval van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de belastingplichtige – rechtens, al dan niet voorwaardelijk, of in feite, direct of indirect, is beperkt, zijn deze kosten niet aftrekbaar. 4 Tot de kosten behoren niet: a.geheven dividendbelasting en kansspelbelasting; b.belasting die buiten Nederland in enige vorm naar het inkomen of bestanddelen van het inkomen wordt geheven indien voor de belastingplichtige ter zake daarvan een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2014:2681Hoge Raad, 19 september 2014 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 4.32 van de Wet IB 2001. Premie voor niet uitgeoefende putopties komt niet in mindering op het genoten inkomen uit aanmerkelijk belang.

  • ECLI:NL:PHR:2014:380Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2014 (belastingrecht)

    X (hierna: belanghebbende) heeft een pakket aandelen in A (hierna: de vennootschap) in bezit. Dit pakket vormt een fictief aanmerkelijk belang. In de jaren 2001 en 2002 heeft belanghebbende putopties…

  • ECLI:NL:PHR:2008:AZ9086Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008 (belastingrecht)

    artikel 3.6, lid 2, letter a, Wet IB 2001; werkzaamhedentoets per onderneming aanleggen.

  • ECLI:NL:PHR:2008:AZ9096Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2008 (belastingrecht)

    Art. 3.6, lid 2, Wet IB 2001; werkzaamheden hoofdzakelijk van ondersteunende aard en ongebruikelijk samenwerkingsverband voor toepassing van het urencriterium?

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3676Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 juni 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:1781Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 maart 2023 (belastingrecht)

    IB/PVV, box 2, aftrekbaarheid van kosten

  • ECLI:NL:GHARL:2020:1519Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020 (belastingrecht)

    IB/PVV. Aftrek van rente op schuld in verband met behoud aanmerkelijk belang. Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen. Rente onderbedelingsvordering.

  • ECLI:NL:RBARN:2011:BU4012Rechtbank Arnhem, 10 november 2011 (belastingrecht)

    IB. Aanmerkelijk belang. Verkoop aanmerkelijk belang pakket aandelen. Tot de verkrijgingsprijs van die verkochte aandelen behoort de waarde van een bij de verkrijging van de aandelen overgenomen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.