Huidige tekst
Artikel 3.103 IB
Specifieke uitbreidingen publiekrechtelijke uitkeringen Tot de periodieke uitkeringen en verstrekkingen die worden ontvangen op grond van een publiekrechtelijke regeling behoren: a.uitkeringen uit vrijwillige verzekering op grond van de artikelen 35 of 38 van de Algemene Ouderdomswet en de artikelen 63a, 63d of 66a, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet; b.uitkeringen aan gemoedsbezwaarden op grond van artikel 48 van de Algemene Ouderdomswet; c.uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen; d.uitkeringen in verband met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd op grond van een regeling op grond van de artikelen 3 en 9 van de Kaderwet SZW-subsidies; e.uitkeringen op grond van buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met uitkeringen als bedoeld in de onderdelen a, b, c en d.