Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.112 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Eigenwoningforfait 1 De voordelen uit eigen woning worden bij een eigenwoningwaarde van: meer dan maar niet meer dan op jaarbasis – € 12.500 nihil € 12.500 € 25.000 0,10% van deze waarde € 25.000 € 50.000 0,20% van deze waarde € 50.000 € 75.000 0,25% van deze waarde € 75.000 € 1.350.000 0,35% van deze waarde € 1.350.000 € 4.725 vermeerderd met 2,35% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.350.000 2 De eigenwoningwaarde is de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het kalenderjaar. Indien een eigen woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de eigenwoningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegekend aan de woning. 3 Met betrekking tot de eigen woning ter zake waarvan het tweede lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de eigenwoningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 18 en 20, tweede lid, van die wet en van het tweede lid, tweede volzin. 4 De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, tweede en derde lid, worden gesteld op nihil. 5 De voordelen uit een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, zesde lid, worden gesteld op 0,55% van de eigenwoningwaarde. In afwijking van de eerste volzin, worden bij een eigenwoningwaarde van meer dan € 1.350.000 de voordelen gesteld op € 7.425 vermeerderd met 2,35% van de eigenwoningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.350.000. 6 Met betrekking tot een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid, wordt de aanvangsdatum, onderscheidenlijk de einddatum van de periode waarover de voordelen uit die eigen woning in aanmerking worden genomen gesteld op de aanvangsdatum, onderscheidenlijk de einddatum waarop het adres van de desbetreffende eigen woning als woonadres van de belastingplichtige is opgenomen in de basisregistratie personen. De eerste volzin is niet van toepassing indien registratie van de belastingplichtige op het adres van de eigen woning in de basisregistratie personen niet mogelijk is of indien artikel 3.111, negende lid, toepassing vindt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:3048Hoge Raad, 1 december 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:GHSHE:2020:500Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13 februari 2020 (belastingrecht)

    Artikel 3.112 Wet IB 2001, eigenwoningforfait De eigenwoningregeling is gebaseerd op het uitgangspunt dat een belastingplichtige ter zake van zijn eigen woning een rendement in natura geniet in de…

  • ECLI:NL:GHSHE:2015:2211Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 juni 2015 (belastingrecht)

    Het Hof is van oordeel dat de belastingrechter voor de toepassing van het eigenwoningwaarde gebonden is aan de vastgestelde WOZ-waarde, zoals vastgelegd in artikel 3.112 Wet IB. De rechter die…

  • ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8077Gerechtshof Amsterdam, 13 september 2012 (belastingrecht)

    Belanghebbende bepleit in procedures met betrekking tot de inkomstenbelasting 1996 t/m 2002 en 2005 t/m 2007 en de vermogensbelasting 1997 t/m 2000 dat de waarden van zijn onroerende zaken negatief…

  • ECLI:NL:RBHAA:2006:AW7214Rechtbank Haarlem, 28 april 2006 (belastingrecht)

    Bouwgrond is in casu eigen woning in de zin van Wet IB 2001. Woz-beschikking zoals die is vastgesteld tijdens bouw is geldende woz-beschikking voor het onderhavige jaar, ook al was er ruimte om…

  • ECLI:NL:GHARN:2006:AW2038Gerechtshof Arnhem, 24 maart 2006 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting Beroep op interne compensatie door de inspecteur wordt afgewezen reeds omdat de eigenwoningwaarde niet voor een te laag bedrag in aanmerking is genomen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2004:AR4123Gerechtshof Amsterdam, 6 oktober 2004 (belastingrecht)

    In geschil is of de toepassing van artikel 3.112 Wet IB 2001 leidt tot een rechtens niet toegestane ongelijke behandeling van gelijke gevallen. De wetgever is met het aanbrengen van het waardeplafond…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.