Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.16 IB

Geldt sinds 1 januari 2017

Fictieve vervreemdingen 1 Onder vervreemding van aandelen of winstbewijzen wordt mede verstaan: a.het inkopen van aandelen; b.het afkopen en inkopen van winstbewijzen; c.het betaalbaar stellen van liquidatie-uitkeringen; d.het van rechtswege worden van aandeelhouder of houder van winstbewijzen in een andere vennootschap indien vermogen van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, onder algemene titel overgaat op een andere vennootschap. De vorige zinsnede is van overeenkomstige toepassing op een belastingplichtige die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap waarvan vermogen onder algemene titel overgaat op een andere vennootschap en die van rechtswege houder wordt van rechten om aandelen in of winstbewijzen van de andere vennootschap te verwerven; e.de overgang onder algemene titel alsmede de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel; f.het brengen in het vermogen van een onderneming of het tot het resultaat uit een werkzaamheid gaan behoren; g.het niet langer aanwezig zijn van een aanmerkelijk belang; h.het anders dan door overlijden ophouden binnenlands belastingplichtige te zijn, hieronder begrepen de situatie waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting wordt geacht geen inwoner van Nederland meer te zijn; i.het verlenen van een koopoptie; j.het niet of niet langer toerekenen aan de belastingplichtige van tot een afgezonderd particulier vermogen behorende aandelen of winstbewijzen vanwege het van toepassing worden van artikel 2.14a, zevende lid; k.het tot de reguliere voordelen, bedoeld in artikel 4.12, onderdeel a, uit de aandelen of winstbewijzen gaan behoren van een forfaitair voordeel als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a. 2 Indien een aandeel of winstbewijs wordt vervreemd, wordt degene die slechts is gerechtigd tot de voordelen daaruit geacht zijn gerechtigdheid ook te hebben vervreemd, tenzij die gerechtigdheid tot dat aandeel of winstbewijs in stand blijft. 3 Indien aandelen of winstbewijzen op grond van artikel 4.11 tot een aanmerkelijk belang behoren, worden deze aandelen of winstbewijzen geacht te zijn vervreemd indien de belastingplichtige daarom verzoekt. 4 Een tot een aanmerkelijk belang behorend genotsrecht wordt geacht te zijn vervreemd indien het genotsrecht eindigt. 5 Met het betaalbaar stellen van een liquidatie-uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gelijkgesteld het voor rekening van de belastingplichtige voortzetten van de onderneming van de vennootschap waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, in het kader van de ontbinding van die vennootschap met toepassing van artikel 14c, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. 6 De vervreemding, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel k, wordt geacht plaats te vinden op de eerste dag van de periode waarover het reguliere voordeel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, wordt berekend. 7 Het eerste lid, aanhef en onderdeel k, is niet van toepassing als toepassing ervan zou leiden tot een ingevolge artikel 4.12, onderdeel b, in aanmerking te nemen negatief vervreemdingsvoordeel.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1015Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    Art. 2.6 jo. 4.16(1)(h) Wet IB. Brengt de keuze voor partiële buitenlandse belastingplicht in de inkomstenbelasting mee dat bij emigratie geen fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang in…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1016Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    Art. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het aanmerkelijkbelangvoorbehoud - het heffingsrecht effectueren over de conserverende aanslag…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1114Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Vervolg op HR BNB 2023/97 ECLI:NL:HR:2023:647 . Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR); schenking van aandelen in 2013 na ruziesplitsing in 2011. Uitleg verwijzingsarrest: leidt uitbreiding van subjectieve…

  • ECLI:NL:PHR:2023:660Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (belastingrecht)

    Aanmerkelijk belang; fideï-commis de residuo: tweetrapsmaking van a.b. door vader naar dochter (thans erflaatster) en bij haar overlijden naar drie stichtingen; overlijden dochter is een fictieve…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2131Rechtbank Noord-Nederland, 2 juni 2026 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat eisers niet aannemelijk maken dat een groter deel van het vermogen van de onderneming als ondernemingsvermogen moet worden aangemerkt voor de doorschuifregeling van artikel…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:2736Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 april 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Verzoek vermindering conserverende aanslag.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:7053Rechtbank Gelderland, 14 augustus 2025 (belastingrecht)

    Bloot eigendom vertegenwoordigt geen enkele waarde, nu economisch belang daarbij volledig bij vruchtgebruiker is gebleven. Bloot eigendom zal nooit aanwassen naar volledig eigendom gelet op de…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:1083Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 april 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV 2014. Inkomen uit aanmerkelijk belang bij ontbinding en doorhaling van vennootschap door KvK in 2014. Fictieve vervreemding (artikel 4.16, lid 1, letter g, Wet IB 2001). Herleving van de…

49 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.