Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.19 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Bijtelling privé-gebruik woning 1 Bij het bepalen van de winst met betrekking tot een woning die de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden, anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat, wordt de waarde van de onttrekking gesteld op het bedrag in het tweede lid. Met betrekking tot een woning waarop een tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige behorend huurrecht of soortgelijk recht betrekking heeft ter zake waarvan de met dat recht verband houdende kosten en lasten ingevolge artikel 3.16, dertiende lid, geheel of gedeeltelijk niet in aftrek komen, is de eerste volzin niet van toepassing. 2 De onttrekking bedraagt bij een woningwaarde van: meer dan maar niet-meer dan op jaarbasis – € 12.500 0,65% van deze waarde € 12.500 € 25.000 0,80% van deze waarde € 25.000 € 50.000 0,90% van deze waarde € 50.000 € 75.000 1,00% van deze waarde € 75.000 € 1.350.000 1,10% van deze waarde € 1.350.000 – € 14.850 vermeerderd met 2,35% van de woningwaarde voor zover deze uitgaat boven € 1.350.000 3 De woningwaarde is de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het kalenderjaar van de onttrekking. Indien een woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de woningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan die woning. 4 Indien met betrekking tot een woning het derde lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de woningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 18 en 20, tweede lid, van die wet en van het derde lid, tweede volzin. 5 Voor de toepassing van dit artikel: a.wordt onder woning mede verstaan: een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen als bedoeld in artikel 1, onder l, van de Wet op de huurtoeslag; b.blijft onder woning begrepen een werkruimte waarvan de kosten en lasten, indien die werkruimte niet tot het ondernemingsvermogen zou behoren, ingevolge artikel 3.16, eerste lid, niet in aftrek zouden komen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:916Parket bij de Hoge Raad, 6 september 2024 (belastingrecht)

    Box 3; jaar 2019. Begrip ‘werkelijk rendement’. Op basis van welke WOZ-waarden dient de vermogenswinst op een tweede woning te worden bepaald? Moet bij het bepalen van het werkelijk rendement ook…

  • ECLI:NL:PHR:2023:70Parket bij de Hoge Raad, 16 januari 2023 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage: ECLI:NL:PHR:2023:137 Eigendomsgrondrecht (art. 1 Protocol I EVRM); waardering pensioen- en stamrechtverplichtingen; verplichte 4% rekenrente (art. 3.29 Wet IB 2001) bij…

  • ECLI:NL:HR:2016:1899Hoge Raad, 12 augustus 2016 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Art. 3.16 en art. 3.19 Wet IB 2001. Werkruimte in gehuurde woning. Als ondernemingsvermogen geëtiketteerd huurrecht; forfaitaire onttrekking wegens privégebruik.

  • ECLI:NL:PHR:2016:108Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2016 (belastingrecht)

    Ondernemer die een huurwoning voor 11% gebruikt voor ondernemingsuitoefening. Keuzevermogen? Aftrekbeperking werkruimte ex art. 3.16 Wet IB 2001; schakelt die de vermogensetikettering uit? Doet voor…

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:13146Rechtbank Noord-Holland, 25 augustus 2023 (bestuursrecht)

    Beroep ongegrond. De belastingplichtige heeft op basis van de Wet rechtsherstel box 3 geen recht op een vermindering van de belastingaanslag omdat toepassing van de Wet rechtsherstel tot een hoger…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:9334Rechtbank Den Haag, 21 juli 2021 (belastingrecht)

    Eiseres en haar echtgenoot zijn als zorgondernemers verbonden aan een kleinschalige woonvorm voor volwassenen met een verstandelijke beperking, het zogeheten Thomashuis. Eiseres en haar echtgenoot…

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:9335Rechtbank Den Haag, 21 juli 2021 (belastingrecht)

    Eiser en zijn echtgenote zijn als zorgondernemers verbonden aan een kleinschalige woonvorm voor volwassenen met een verstandelijke beperking, het zogeheten Thomashuis. Eiser en zijn echtgenote zijn…

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:3071Rechtbank Gelderland, 17 juni 2021 (belastingrecht)

    Aftrek kosten huisvesting. Naar aanleiding van Hoge Raad 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1899 is op 1 januari 2017 artikel 3.16, dertiende lid, van de Wet IB 2001 is in werking getreden. Op grond…

32 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.