Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.14 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Forfaitair voordeel uit vrijgestelde beleggingsinstellingen en uit buitenlandse beleggingslichamen 1 Het forfaitaire voordeel bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, wordt gesteld op 6% per jaar van de waarde in het economische verkeer die bij het begin van het kalenderjaar aan de tot het aanmerkelijk belang behorende aandelen of winstbewijzen kan worden toegekend, verminderd met de overige op grond van artikel 4.12, onderdeel a, ter zake van die aandelen of winstbewijzen in aanmerking genomen reguliere voordelen, met dien verstande dat het forfaitaire voordeel ten minste op nihil wordt gesteld. 2 Het voordeel wordt naar tijdsgelang berekend. Indien de aandelen of winstbewijzen niet het gehele kalenderjaar tot het aanmerkelijk belang hebben behoord, worden bij de berekening van het voordeel gedeelten van kalendermaanden verwaarloosd. 3 Indien de vennootschap na het begin van het kalenderjaar is opgericht, treedt voor de toepassing van het eerste lid de datum van oprichting in de plaats van het begin van het kalenderjaar. 4 Voorzover tot de directe of indirecte bezittingen van de vennootschap aandelen in, lidmaatschapsrechten van en belangen bij een ander lichaam behoren, worden niet de bezittingen van het andere lichaam maar die aandelen, lidmaatschapsrechten en belangen als bezittingen van de vennootschap in aanmerking genomen indien de feitelijke werkzaamheden van het andere lichaam aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden. 5 Voor de toepassing van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, wordt onder een niet in Nederland gevestigde vennootschap mede verstaan een in Nederland gevestigde vennootschap die een buiten Nederland aanwezige vaste inrichting heeft waarvan, of een vaste vertegenwoordiger buiten Nederland heeft van wie de feitelijke werkzaamheden niet aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden. 6 Voor de toepassing van artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a: a.worden onder bezittingen mede verstaan: goederen die niet aan een vennootschap toebehoren voorzover de waardeveranderingen die vennootschap aangaan of voorzover die vennootschap tot de opbrengsten van die goederen gerechtigd is; b.worden onder beleggingen mede verstaan: banktegoeden en andere schuldvorderingen, met uitzondering van vorderingen die voortvloeien uit feitelijke werkzaamheden van een vennootschap die aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden. 7 Voor de toepassing van het eerste lid worden bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang in de vennootschap de in het zesde lid, onderdeel a, bedoelde goederen gewaardeerd met inachtneming van de in artikel 5.22 bedoelde algemene maatregel van bestuur. 8 Het forfaitaire voordeel, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op een aanmerkelijk belang in: a.banken, hypotheekbanken en verzekeringsmaatschappijen die officieel zijn genoteerd op bij ministeriële regeling aan te wijzen effectenbeurzen; b.vennootschappen waarvan de feitelijke werkzaamheden aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden; c.vennootschappen die zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing. 9 Indien tot het vermogen van een in Nederland gevestigde vennootschap in enigszins belangrijke mate, direct of indirect, aandelen in of winstbewijzen van een vennootschap als bedoeld in het eerste lid behoren, worden deze aandelen of winstbewijzen voor de toepassing van dit artikel geacht toe te behoren aan diegenen bij wie het belang bij de eerstgenoemde vennootschap berust. De aandelen en winstbewijzen worden toegerekend naar evenredigheid van ieders belang. Het in een kalenderjaar in aanmerking te nemen voordeel wordt verminderd met een evenredig gedeelte van het voordeel dat door de vennootschap of indirect door een andere zodanige vennootschap op de aandelen en winstbewijzen in een in het eerste lid bedoelde vennootschap in dat kalenderjaar als beleggingsopbrengst voor de heffing van de vennootschapsbelasting in aanmerking is genomen. 10 Het vierde tot en met achtste lid van dit artikel zijn niet van toepassing voor de bepaling van het forfaitaire voordeel uit aandelen in of winstbewijzen van een lichaam als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het negende lid is niet van toepassing met betrekking tot aandelen en winstbewijzen ter zake waarvan bij een in Nederland gevestigde vennootschap artikel 3.29a toepassing vindt, dan wel geen toepassing vindt omdat die vennootschap een lichaam is als bedoeld in artikel 6a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2015:3602Hoge Raad, 18 december 2015 (belastingrecht)

    Art. 52a, lid 3, AWR; informatiebeschikking vervalt in verband met het aldaar bepaalde gedeeltelijk van rechtswege; verhouding art. 47 AWR en art. 7:4 Awb en 8:42 Awb.

  • ECLI:NL:PHR:2015:1702Parket bij de Hoge Raad, 17 augustus 2015 (belastingrecht)

    Over het jaar 2008 heeft de Inspecteur aan belanghebbende een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Op 19 december 2011 heeft de Inspecteur een controleonderzoek aangekondigd…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AE8398Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2003 (belastingrecht)

    Nr. 37.651 5 september 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 september 2001, nr. 00/03486…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AE8403Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2003 (belastingrecht)

    Nr. 37.657 5 september 2003 EC gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 24 augustus 2001, nr. 99/30040…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:1458Rechtbank Gelderland, 24 februari 2025 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting, inkeerregeling. Belanghebbende had in de jaren 2004 tot en met 2013 bankrekeningen bij een bank in Jersey. Deze zijn slechts gedeeltelijk aangegeven. De rechtbank behandelt…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:1449Rechtbank Gelderland, 21 februari 2025 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting, inkeerregeling. Belanghebbende had in de jaren 2004 tot en met 2013 bankrekeningen bij een bank in Jersey. Deze zijn slechts gedeeltelijk aangegeven. De rechtbank behandelt…

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:607Rechtbank Gelderland, 7 februari 2023 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Nieuw feit, geen ambtelijk verzuim. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet geschonden. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:608Rechtbank Gelderland, 7 februari 2023 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Nieuw feit, geen ambtelijk verzuim. Algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet geschonden. Beroep ongegrond.

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.