Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.76 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Zelfstandigenaftrek 1 De zelfstandigenaftrek geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet. 2 Indien de ondernemer bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, bedraagt de zelfstandigenaftrek € 1.200. 3 Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en bij hem in die periode niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek is toegepast, wordt de zelfstandigenaftrek verhoogd met € 2123. De eerste volzin is niet van toepassing voor de ondernemer die met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een onderneming voortzet of mede voortzet waarbij dit voortzetten een aanvang heeft genomen in het kalenderjaar of in een van de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren. 4 Indien de ondernemer bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, bedraagt de zelfstandigenaftrek 50% van het bedrag van de zelfstandigenaftrek volgens het tweede en derde lid. 5 In afwijking in zoverre van het tweede en vierde lid bedraagt het bedrag van de zelfstandigenaftrek niet meer dan het bedrag van de winst. De eerste volzin is niet van toepassing op een ondernemer die in aanmerking komt voor de verhoging van de zelfstandigenaftrek, bedoeld in het derde lid. Indien toepassing van de eerste volzin tot een verlaging van het bedrag van de zelfstandigenaftrek leidt, wordt het bedrag waarmee de zelfstandigenaftrek is verlaagd aangemerkt als niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek. Indien de zelfstandigenaftrek ingevolge de eerste volzin op nihil wordt gesteld, wordt er voor de toepassing van het derde lid van uit gegaan dat de zelfstandigenaftrek in dat kalenderjaar toepassing heeft gevonden. 6 De inspecteur stelt het bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek vast bij voor bezwaar vatbare beschikking. Dit bedrag wordt afzonderlijk op het aanslagbiljet vermeld. Artikel 3.151, vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. 7 De niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt in de volgende negen kalenderjaren verrekend door in die jaren een verhoging van de zelfstandigenaftrek in aanmerking te nemen. Deze verhoging bedraagt maximaal het bedrag waarmee de winst de zelfstandigenaftrek van dat jaar overtreft. Verrekening van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek vindt plaats in de volgorde waarin deze niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek is ontstaan. 8 Het verrekenen van niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek in een volgend kalenderjaar vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur. In de beschikking wordt tevens vastgesteld welk bedrag van de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt verrekend. De inspecteur geeft de beschikking gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag over het jaar waarmee de niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt verrekend. Het bedrag van de verrekende niet gerealiseerde zelfstandigenaftrek wordt op het aanslagbiljet afzonderlijk vermeld. 9 Rechtsmiddelen tegen de beschikking, bedoeld in het achtste lid, kunnen uitsluitend betrekking hebben op de toepassing van het zevende lid. 10 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een of meer ondernemingen geniet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:267Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Profijtontneming. Eenvoudige kasopstelling. Oordelen hof dat en waarom het aannemelijk is dat de betrokkene degene is geweest die de in de bestreden uitspraak bedoelde BMW en Audi…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1435Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2017 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00395, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00397. In cassatie is in geschil of de Inspecteur de beschikkingen VAR-wuo terecht…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1438Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2017 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/00397, alsmede in de samenhangende zaak met nummer 17/00395. In cassatie is in geschil of de Inspecteur de beschikkingen VAR-wuo terecht…

  • ECLI:NL:HR:2017:153Hoge Raad, 3 februari 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7975Rechtbank Gelderland, 14 oktober 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Zelfstandigenaftrek. Niet voldaan aan het urencriterium. Indirecte uren onvoldoende gespecificeerd. Geen gewekt vertrouwen.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5444Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Correcties n.a.v. boekenonderzoek. Gebreken aan administratie.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:11616Rechtbank Den Haag, 24 april 2026 (belastingrecht)

    IB2020. Aanslag is tijdig opgelegd. Verweerder heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat moet worden uitgegaan van door eiser verstrekte gegevens van op de beginbalans 2020. De rechtbank…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:527Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2026 (belastingrecht)

    Belastingaanslagen IB/PVV voor de jaren 2019 tot en met 2021; zijn de (navorderings)aanslagen naar te hoge bedragen opgelegd; algemene beginselen van behoorlijk bestuur; navorderingsaanslag; fout in…

246 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.