Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 10a.7 IB

Geldt sinds 1 januari 2017

Overgangsbepaling toerekening afgezonderd particulier vermogen 1 Artikel 2.14a is niet van toepassing op afgezonderd particulier vermogen dat is afgezonderd door een persoon die vóór 1 januari 2010 is overleden, mits op 20 april 2009: a.de waarde van de bezittingen, verminderd met de waarde van de schulden per erfgenaam, bedoeld in artikel 2.14a, eerste lid, niet meer dan € 5 000 bedraagt, en b.tot het afgezonderd particulier vermogen geen aandelen of winstbewijzen behoren die worden aangemerkt als een aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4. 2 Op verzoek worden in afwijking van artikel 2.14a, eerste lid, de bezittingen en schulden alsmede de opbrengsten en uitgaven van een bestaand afgezonderd particulier vermogen toegerekend aan de persoon of personen zoals overeengekomen met de inspecteur in een vaststellingovereenkomst die uiterlijk op 19 april 2009 is gesloten. 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een bestaand afgezonderd particulier vermogen verstaan: een voor 1 januari 2010 afgezonderd particulier vermogen als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid. 4 Voor de berekening van het inkomen uit werk en woning in de zin van deze wet wordt het ondernemingsvermogen en het resultaatvermogen, die tot de bezittingen van een bestaand afgezonderd particulier vermogen behoren en ingevolge artikel 2.14a worden toegerekend aan degene die dit vermogen heeft afgezonderd of aan zijn erfgenamen, per 1 januari 2010 te boek gesteld voor de historische kostprijs met inachtneming van een zodanige afschrijving, onderscheidenlijk lage waardering, als zou zijn toegepast indien het vermogen niet zou zijn afgezonderd. 5 Voor de berekening van het inkomen uit aanmerkelijk belang in de zin van deze wet wordt de verkrijgingsprijs van aandelen en winstbewijzen die voor de toepassing van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die luidde op 31 december 2000, behoorden tot een aanmerkelijk belang, dan wel voor de toepassing van deze wet behoren tot een aanmerkelijk belang, en die tot de bezittingen van een bestaand afgezonderd particulier vermogen behoren en ingevolge artikel 2.14a worden toegerekend aan degene die dit vermogen heeft afgezonderd of aan zijn erfgenamen, per 1 januari 2010 gesteld op de verkrijgingsprijs zoals die gold voor degene die deze aandelen en winstbewijzen rechtens dan wel in feite, direct of indirect, heeft afgezonderd. 6 Voor de berekening van het inkomen uit aanmerkelijk belang in de zin van deze wet wordt de verkrijgingsprijs van de tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen en winstbewijzen die tot de bezittingen van een bestaand afgezonderd particulier vermogen behoren waarop direct voorafgaand aan 20 september 2016, 15.15 uur, artikel 2.14a, zevende lid, zoals dat tot dat tijdstip luidde, van toepassing was, en die met terugwerkende kracht tot en met 20 september 2016, 15.15 uur, ingevolge artikel 2.14a worden toegerekend aan degene die dit vermogen heeft afgezonderd of aan zijn erfgenamen, per 20 september 2016, 15.15 uur, gesteld op de verkrijgingsprijs zoals die gold voor degene die deze aandelen en winstbewijzen rechtens dan wel in feite, direct of indirect, heeft afgezonderd: a.vermeerderd met de vervreemdingsvoordelen ter zake van die aandelen of winstbewijzen die ingevolge artikel 4.16, eerste lid, onderdeel j, tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend; b.vermeerderd met de waardestijging van die aandelen en winstbewijzen waarover ten laste van het afgezonderde particuliere vermogen, over de periode van 1 januari 2010 tot 20 september 2016, 15.15 uur, een belasting is betaald van ten minste 10%; en c.verminderd met de voordelen ter zake van die aandelen en winstbewijzen die op basis van artikel 2.14a, zevende lid, zoals dat luidde tot 20 september 2016, 15.15 uur, in de periode van 1 januari 2010 tot 20 september 2016, 15.15 uur, niet tot het inkomen uit aanmerkelijk belang zijn gerekend en waarvoor geen belasting is betaald van ten minste 10%. 7 Voor de toepassing van dit artikel zijn de artikelen 4.3, 4.4, 4.5 en 4.5a van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:1070Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen in een zaak waarin de Inspecteur ten onrechte in een informatieverzoek aan Jersey heeft aangegeven dat er sprake was van ‘criminal tax matters’. Gevolgen voor de…

  • ECLI:NL:HR:2015:849Hoge Raad, 10 april 2015 (belastingrecht)

    Artikel 2.14a Wet IB 2001; artikel XA Wet van 17 december 2009, Stb. 2009, 564. Bij inbreng van vermogen in irrevocable fixed trust in 2000 en 2001 is van begunstigde schenkingsrecht geheven. Verzoek…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1860Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2014 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/04999 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 12 september 2013…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1861Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2014 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 13/05004 naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbenden tegen de uitspraak van gerechtshof Amsterdam van 12 september 2013…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7240Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 augustus 2026 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV opgelegd. Hierbij is een inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen. Belanghebbende betoogt dat de verkrijgingsprijs van de aandelen te laag is…

  • ECLI:NL:GHARL:2021:6902Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 juli 2021 (belastingrecht)

    Informatiebeschikking. Inlichtingenplicht.

  • ECLI:NL:GHAMS:2013:2884Gerechtshof Amsterdam, 12 september 2013 (belastingrecht)

    Het Hof oordeelt evenals de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op vermindering van het van haar geheven schenkingsrecht omdat aan de voorwaarden van het overgangsrecht niet is voldaan.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.