Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.95 IB

Geldt sinds 1 januari 2023

Bepaling van het resultaat 1 Bij de bepaling van het resultaat zijn de artikelen 3.10, 3.13 tot en met 3.21, 3.25 tot en met 3.30a en 3.55 tot en met 3.62 van overeenkomstige toepassing, alsof de werkzaamheid een onderneming vormt. Voor de overeenkomstige toepassing van artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, wordt verstaan onder de winst uit onderneming vóór de ondernemersaftrek en vermeerderd met de ten laste van de winst gebrachte premies uit hoofde van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b: het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden vermeerderd met de ten laste van dat resultaat gekomen premies uit hoofde van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b. 2 Bij de bepaling van het resultaat met betrekking tot een werkzaamheid als bedoeld in de artikelen 3.91 en 3.92, met uitzondering van artikel 3.91, eerste lid, onderdeel c, zijn de artikelen 3.53, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 3.54 en 3.64 ook van overeenkomstige toepassing, alsof de werkzaamheid een onderneming vormt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:544Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (belastingrecht)

    Onroerende zaak, resultaat overige werkzaamheid, terbeschikkingstellingsregeling, “in feite, direct of indirect”

  • ECLI:NL:PHR:2026:545Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (belastingrecht)

    Onroerende zaak, resultaat overige werkzaamheid, terbeschikkingstellingsregeling, “in feite, direct of indirect”

  • ECLI:NL:PHR:2019:407Parket bij de Hoge Raad, 16 april 2019 (belastingrecht)

    Erflater heeft op 31 december 2012 een bv opgericht (hierna: de B.V.). Op diezelfde dag heeft hij een bedrag van € 1.500.000 gestort op de kwaliteitsrekening van de notaris onder de vermelding…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1175Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05803. In cassatie is in geschil of belanghebbende het verlies dat [B] BV heeft geleden op het door haar onmiddellijk gehouden lucratief…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1581Gerechtshof Amsterdam, 12 mei 2026 (belastingrecht)

    Ib/pvv. Tardieve stukken. Geen causaal verband tussen kosten voor verzorging familielid en inkomsten uit het Persoonsgebonden budget van dat familielid. Verzuimboete.

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11108Rechtbank Gelderland, 17 december 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende werkt in 2014, 2015 en 2016 als ‘direktor’ voor een Zwitserse AG. Voor zijn werkzaamheden is een managementvergoeding overeengekomen van € 8.000 per maand. Deze wordt in 2014 en een…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:3680Gerechtshof Amsterdam, 13 november 2025 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw voor de jaren 2014 tot en met 2017; sprake van een bron van inkomen?; handel in qat en hawala-diensten.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:6262Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 september 2025 (belastingrecht)

    Aanslag IB/PVV en Zvw 2021. Kosten met betrekking tot pgb. Beroepen ongegrond.

182 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.