Algemene Ouderdomswet

AOW

Huidige tekst

Artikel 7a AOW

Geldt sinds 10 december 2020

  1. 1

    De pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd zijn: a.vóór 1 januari 2013: 65, respectievelijk 15 jaar; b.in 2013: 65 jaar en één maand, respectievelijk 15 jaar en één maand; c.in 2014: 65 jaar en twee maanden, respectievelijk 15 jaar en twee maanden; d.in 2015: 65 jaar en drie maanden, respectievelijk 15 jaar en drie maanden; e.in 2016: 65 jaar en zes maanden, respectievelijk 15 jaar en zes maanden; f.in 2017: 65 jaar en negen maanden, respectievelijk 15 jaar en negen maanden; g.in 2018: 66 jaar, respectievelijk 16 jaar; h.in 2019: 66 jaar en vier maanden, respectievelijk 16 jaar en vier maanden; i.in 2020: 66 jaar en vier maanden, respectievelijk 16 jaar en vier maanden; j.in 2021: 66 jaar en vier maanden, respectievelijk 16 jaar en vier maanden; k.in 2022: 66 jaar en zeven maanden, respectievelijk 16 jaar en zeven maanden; l.in 2023: 66 jaar en tien maanden, respectievelijk 16 jaar en tien maanden; m.in 2024: 67 jaar, respectievelijk 17 jaar; n.in 2025: 67 jaar, respectievelijk 17 jaar; o.in 2026 en de kalenderjaren daarna: de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd, die jaarlijks op basis van de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd op grond van het tweede lid worden vastgesteld. Op pensioengerechtigden die in een bepaald kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt zijn de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in de kalenderjaren daarna niet van toepassing.

  2. 2

    De verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in 2026 en de kalenderjaren daarna wordt jaarlijks, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2021 voor het jaar 2026, vastgesteld volgens de formule: V = 2/3 * (L – 20,64) – (P – 67) waarbij: V staat voor de periode waarmee de pensioengerechtigde leeftijd respectievelijk aanvangsleeftijd wordt verhoogd, uitgedrukt in perioden van een jaar; L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging; P staat voor de pensioengerechtigde leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging. Indien V negatief is of minder dan 0,25 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op drie maanden. De volgens de formule vastgestelde verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd wordt door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

  3. 3

    De verhoging, bedoeld in het tweede lid, treedt telkens in werking vijf jaar na de uiterste datum van vaststelling, bedoeld in het tweede lid, voor de eerste maal met ingang van 1 januari 2026.

  4. 4

    De ramingen van de macro gemiddelde resterende levensverwachting, bedoeld in het tweede lid, worden uitgevoerd en bekendgemaakt door het CBS.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:264Parket bij de Hoge Raad, 28 februari 2025 (belastingrecht)

    'Class action' van 56 verhuurderheffingsplichtigen. Heffing in strijd met eigendomsgrondrecht? Verhouding tussen inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH) en verhuurderheffing. Is de IAH verboden…

  • ECLI:NL:PHR:2024:79Parket bij de Hoge Raad, 19 januari 2024 (belastingrecht)

    Prejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland; Hoe moet voor…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1183Parket bij de Hoge Raad, 15 december 2021 (belastingrecht)

    Gedifferentieerde werkgeverspremie werkhervattingskas 2018; uitzendcontract met uitzendbeding; voor welke periode geldt de no-riskbepaling (art. 29b ZW) die werkgevers beschermt bij ziekte-uitval van…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1450Parket bij de Hoge Raad, 29 november 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05027. Belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak van de civiele kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 13 oktober 2014 een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7933Rechtbank Gelderland, 14 oktober 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV 2020. De vennootschap van belanghebbende is op 17 februari 2020 geliquideerd. In de vennootschap zaten op het moment van liquidatie een pensioenaanspraak in eigen beheer en een bedongen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6147Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026 (bestuursrecht)

    Beroep ongegrond. Bestreden besluit is voldoende zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Eiser is terecht inburgeringsplichtig geacht.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:815Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag om AOW-pensioen toe te kennen vanaf de 65ste verjaardag. De in art. 7a van de AOW opgenomen wettelijke regeling voorziet in een stapsgewijze verhoging van de pensioengerechtigde…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:852Centrale Raad van Beroep, 16 juni 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Gedeeltelijke afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor kosten bewind, mentorschap, rechtsbijstand en griffierecht. Draagkracht. Beleid. Geen strijd met evenredigheidsbeginsel. Geen bijzondere…

353 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.