Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.7 IB

Geldt sinds 1 april 2002

Gelijkstelling; aandelen met bijzondere rechten 1 Indien een vennootschap verschillende soorten aandelen heeft, heeft de belastingplichtige ook een aanmerkelijk belang indien hij, al dan niet tezamen met zijn partner, direct of indirect: a.voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal van een soort aandelen aandeelhouder is of b.rechten heeft om direct of indirect aandelen van een soort te verwerven tot ten minste 5% van het van die soort geplaatste kapitaal. 2 Aandelen in een vennootschap en de aandelen in die vennootschap die zich daarvan onderscheiden uitsluitend doordat aan die aandelen een benoemingsrecht, het recht de naam van de vennootschap te mogen bepalen of een met die rechten vergelijkbaar recht is verbonden, of doordat ter zake van die aandelen een bijzondere aanbiedingsregeling of een daarmee vergelijkbare regeling geldt, worden beschouwd als behorende tot één soort. 3 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan aandelen niet worden aangemerkt als aandelen van een soort.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:635Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (belastingrecht)

    Aanmerkelijkbelangregeling; economisch belang, optie en genotsrecht

  • ECLI:NL:PHR:2023:461Parket bij de Hoge Raad, 26 april 2023 (belastingrecht)

    Erfbelasting; afgezonderd particulier vermogen; stichting met vier verhuurde panden beheerst door erflaatster; verzet de (niet uitgevoerde) statutaire doelstelling c.q. het uitkeringsverbod ex…

  • ECLI:NL:PHR:2021:926Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2021 (belastingrecht)

    In geschil is of de certificaten van gewone aandelen die belanghebbende op grond van een managementparticipatieplan heeft gekocht, kwalificeren als een lucratief belang in de zin van art. 3.92b, lid…

  • ECLI:NL:HR:2014:2681Hoge Raad, 19 september 2014 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 4.32 van de Wet IB 2001. Premie voor niet uitgeoefende putopties komt niet in mindering op het genoten inkomen uit aanmerkelijk belang.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:16862Rechtbank Den Haag, 23 september 2024 (belastingrecht)

    In geschil is of eiser een aanmerkelijk belang heeft. Volgens eiser is dat niet het geval, verweerder betoogt dat het wel zo is. De rechtbank is van oordeel dat het verlenen van een optierecht niet…

  • ECLI:NL:RBGEL:2023:3227Rechtbank Gelderland, 6 juni 2023 (belastingrecht)

    Aanmerkelijk belang, terbeschikkingstellingsregeling, buitenlandconstructies, vergrijpboete. Eiser verhuurt een pand aan een Nederlandse vennootschap, en heeft een vordering op een andere Nederlandse…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:1669Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 maart 2022 (belastingrecht)

    IB/PVV. Winst uit onderneming?

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:2071Gerechtshof Den Haag, 20 oktober 2021 (belastingrecht)

    Art. 16 Successiewet 1956, art. 2.14a Wet IB 2001. Erfbelasting. Afgezonderd particulier vermogen in stichting met geen ander feitelijk doel dan verhuur van vier panden. Stichting is geen SBBI.…

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.