Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 9.5 IB

Geldt sinds 1 januari 2024

Bijzondere regels voor voorlopige aanslagen 1 Een voorlopige aanslag wordt door de inspecteur op verzoek herzien voor zover die voorlopige aanslag op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, vermoedelijk zal worden vastgesteld. 2 Ingeval een verzoek om herziening geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur dat bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de termijn voor het instellen van bezwaar eindigt op de dag van de dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval een verzoek tot het opleggen van een voorlopige aanslag wordt afgewezen. 3 In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 26 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar. 4 In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist de inspecteur binnen zes weken na ontvangst van een bezwaarschrift als bedoeld in het tweede lid. 5 De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beschikkingen die afzonderlijk op het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag zijn vermeld, waarbij voor de toepassing van dit artikel het verzamelinkomen, bedoeld in artikel 2.18, en de belastingrente en de revisierente, bedoeld in hoofdstuk VA van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geacht worden onderdeel uit te maken van de voorlopige aanslag. De termijn, bedoeld in het tweede lid, bedraagt ter zake van de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening, met dien verstande dat een verzoek om herziening kan worden ingediend tot zes weken na de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:290Parket bij de Hoge Raad, 10 maart 2023 (belastingrecht)

    Art. 29 en 30 Wet WOZ; art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken; art. 7:15 Awb. Is de heffingsambtenaar bevoegd om binnen de bezwaartermijn een vastgestelde WOZ-waarde ambtshalve te…

  • ECLI:NL:HR:2018:2198Hoge Raad, 30 november 2018 (belastingrecht)

    Lucratief belang. Artikel 3.92b Wet IB 2001. Navordering. Kwade trouw. Artikel 16 AWR.

  • ECLI:NL:PHR:2011:BP8929Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2011 (belastingrecht)

    Artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb; artikel 11, lid 3, AWR. Van het niet tijdig vaststellen van de aanslag als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en letter b, Awb is geen sprake als de aanslag binnen…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9921Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 oktober 2026 (belastingrecht)

    Bezwaar n-o, herzieningsverzoek voorlopige aanslag IB

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3767Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026 (belastingrecht)

    8:54; De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen bezwaar openstaat tegen een voorlopige aanslag. De rechtbank zal beoordelen of deze beslissing juist is. Op grond van…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:2713Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 april 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Box 3-heffing 2016. Individuele en buitensporige last?

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:3186Rechtbank Gelderland, 22 april 2026 (belastingrecht)

    Belastingrente. Voortvarendheid, percentage en periode.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:2052Rechtbank Gelderland, 11 maart 2026 (belastingrecht)

    De inspecteur heeft aan belanghebbende aanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2009 tot en met 2012. De inspecteur heeft voor alle jaren een verkapte dividenduitkering in aanmerking genomen vanwege…

63 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.