Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 8.14a IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Inkomensafhankelijke combinatiekorting 1 De inkomensafhankelijke combinatiekorting geldt voor de belastingplichtige indien: a.hij een arbeidsinkomen heeft dat meer bedraagt dan € 6.239; b.in het kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden een kind dat bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 12 jaar niet heeft bereikt tot hetzelfde huishouden als de belastingplichtige behoort; en c.hij in het kalenderjaar geen partner heeft, dan wel indien hij wel een partner heeft, hij in het kalenderjaar een lager arbeidsinkomen heeft dan zijn partner. Indien een kind gedurende het kalenderjaar in de huishoudens van diens beide ouders verblijft (co-ouderschap), wordt het kind voor de toepassing van onderdeel b geacht ten minste zes maanden tot de huishoudens van diens beide ouders te behoren indien hij ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van beide huishoudens verblijft. In het jaar van aanvang of beëindiging van co-ouderschap wordt het aantal dagen, genoemd in de tweede zin, naar tijdsgelang herrekend indien ten minste zes maanden sprake is van co-ouderschap. 2 De inkomensafhankelijke combinatiekorting bedraagt 11,45% van het arbeidsinkomen, voor zover dat bij de belastingplichtige meer beloopt dan € 6.239, doch niet meer dan € 3.032. 3 Indien het arbeidsinkomen van de belastingplichtige in het kalenderjaar gelijk is aan dat van zijn partner, geldt de inkomensafhankelijke combinatiekorting alleen voor de oudste belastingplichtige. 4 Indien uitsluitend als gevolg van het overlijden in het kalenderjaar van de belastingplichtige dan wel van een in het eerste lid, onderdeel b, bedoeld kind niet voldaan wordt aan de in dat lid bedoelde termijn van zes maanden, wordt voor de toepassing van dit artikel met betrekking tot dat jaar wel geacht te zijn voldaan aan die termijn. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt met een partner gelijkgesteld: a.degene die uitsluitend vanwege de toepassing van artikel 1.2, vierde lid, onderdeel b, niet als partner wordt aangemerkt; b.degene die ten minste zes maanden op hetzelfde woonadres als de belastingplichtige verblijft en uitsluitend door het ontbreken van een inschrijving op dit woonadres in de basisregistratie personen niet als partner in de zin van artikel 1.2 wordt aangemerkt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:1836Gerechtshof Amsterdam, 30 april 2019 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Inkomensafhankelijke combinatiekorting. Kind behoort niet tegelijkertijd tot het huishouden van diens beide ouders. Kind verblijft niet doorgaans ten minste drie gehele dagen per…

  • ECLI:NL:RBNHO:2017:10508Rechtbank Noord-Holland, 15 december 2017 (belastingrecht)

    Bij de definitieve aanslag wordt het inkomen gecorrigeerd, maar daarbij wordt niet de inkomensafhankelijke combinatiekorting toegekend. De rechtbank oordeelt dat het bij de vaststelling van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:12646Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2017 (belastingrecht)

    Op grond van de artikelen 8.14a en 8.15 van de Wet IB 2001 geldt voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting de wettelijke eis dat een kind ten minste zes maanden…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.