Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 2.8 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Verschuldigde inkomstenbelasting op gewone aanslag 1 Indien in het belastbare inkomen uit werk en woning of het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang te conserveren inkomen is begrepen, is de verschuldigde belasting voorzover deze bij wege van aanslag wordt geheven de belasting die wordt berekend over de belastbare inkomens, verminderd met het daarin begrepen te conserveren inkomen. 2 Als te conserveren inkomen worden aangemerkt de positieve inkomensbestanddelen die in aanmerking zijn genomen op grond van de artikelen 3.58, eerste lid, 3.64, eerste lid, 3.83, eerste of tweede lid, 3.133, tweede lid, onderdelen h of j, 3.136, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, 4.16, eerste lid, onderdeel h, 7.2, achtste of twintigste lid, of 7.5, vierde, vijfde of zevende lid. 3 Op een bij de aangifte gedaan verzoek wordt het positieve inkomensbestanddeel dat in aanmerking is genomen op grond van artikel 3.58, eerste lid, geheel of gedeeltelijk niet als te conserveren inkomen aangemerkt. 4 Op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt als te conserveren inkomen aangemerkt het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang wegens een overgang krachtens huwelijksvermogensrecht op een niet in Nederland wonende verkrijger of wegens een verdeling van een huwelijksgemeenschap naar een zodanige verkrijger binnen twee jaren na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap, indien de verkregen aandelen of winstbewijzen geen deel uitmaken van het vermogen van een voor zijn rekening gedreven Nederlandse onderneming als bedoeld in artikel 7.2 en niet tot het resultaat van een werkzaamheid in Nederland van hem behoren. 5 Op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt als te conserveren inkomen aangemerkt het in de tweede volzin aangeduide gedeelte van het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang wegens een overgang krachtens erfrecht onder algemene titel of onder bijzondere titel op een natuurlijk persoon die niet in Nederland woont. Als te conserveren inkomen wordt aangemerkt het deel dat uitgaat boven het vervreemdingsvoordeel dat ingevolge artikel 4.17a in aanmerking zou zijn genomen wanneer de natuurlijk persoon, bedoeld in de eerste volzin, in Nederland zou hebben gewoond ten tijde van de overgang. 6 Op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt als te conserveren inkomen aangemerkt het in de tweede volzin aangeduide gedeelte van het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang wegens een verdeling van een nalatenschap naar een natuurlijk persoon die niet in Nederland woont binnen twee jaar na het overlijden van de erflater. Als te conserveren inkomen wordt aangemerkt het deel dat uitgaat boven het vervreemdingsvoordeel dat ingevolge artikel 4.17b in aanmerking zou zijn genomen wanneer de natuurlijk persoon, bedoeld in de eerste volzin, in Nederland zou hebben gewoond ten tijde van de verdeling. 7 Op verzoek van de gezamenlijke belanghebbenden wordt als te conserveren inkomen aangemerkt het in de tweede volzin aangeduide gedeelte van het vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang wegens een vervreemding aan een natuurlijk persoon die niet in Nederland woont en bij welke vervreemding artikel 4.22 toepassing heeft gevonden. Als te conserveren inkomen wordt aangemerkt het deel dat uitgaat boven het vervreemdingsvoordeel dat ingevolge artikel 4.17c in aanmerking zou zijn genomen wanneer de natuurlijk persoon, bedoeld in de eerste volzin, in Nederland zou hebben gewoond ten tijde van de vervreemding.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:701Parket bij de Hoge Raad, 29 juni 2022 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 29 juni 2022 inzake 20/04379 en 21/00170.

  • ECLI:NL:PHR:2019:176Parket bij de Hoge Raad, 25 februari 2019 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/02384. Belanghebbende woont sinds 1992 in België. Belanghebbende had een belang van 25,5% in de BV. Op 31 maart 2005 en 31 mei 2006 heeft…

  • ECLI:NL:PHR:2017:417Parket bij de Hoge Raad, 8 juni 2017 (belastingrecht)

    Bij beslissing van 9 maart 2017 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex artikel 27ga AWR verzocht om een prejudiciële beslissing. Belanghebbende heeft bij de inbreng van zijn…

  • ECLI:NL:PHR:2013:CA2285Parket bij de Hoge Raad, 14 mei 2013 (belastingrecht)

    CONCLUSIE PG Belanghebbende woont in Duitsland en dreef in de vorm van een vennootschap onder firma een onderneming in Nederland. In 2007 heeft belanghebbende zijn aandeel in de onderneming…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:492Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 januari 2022 (belastingrecht)

    IB/PVV. Onherroepelijke informatiebeschikking. Omkering en verzwaring van de bewijslast. Navorderingsbevoegdheid. Nieuw feit? Woonplaats. Redelijke schatting?

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:2796Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 mei 2018 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is ter zake van zijn emigratie naar de Filippijnen een conserverende aanslag opgelegd m.b.t. lijfrente- en pensioenaanspraken. Het bij conserverende aanslag in de heffing betrekken…

  • ECLI:NL:RBNHO:2017:7721Rechtbank Noord-Holland, 25 augustus 2017 (belastingrecht)

    Nieuw feit rechtvaardigt navorderingsaanslag

  • ECLI:NL:RBZWB:2017:1464Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 maart 2017 (belastingrecht)

    Belanghebbende heeft in 1997 een lijfrenteovereenkomst gesloten waarvan de premies in aftrek zijn gebracht. De uitkeringen zijn reeds ingegaan. Hij heeft verder tot en met 2009 pensioenrechten…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.