Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 8.9 IB

Geldt sinds 1 januari 2025

Verhoging maximum gecombineerde heffingskorting bij minstverdienende partner 1 Indien ten aanzien van de belastingplichtige die geboren is vóór 1 januari 1963 de gecombineerde heffingskorting door artikel 8.8 wordt beperkt tot een bedrag beneden het bedrag van de voor de belastingplichtige geldende algemene heffingskorting (toetsniveau) wordt, indien de belastingplichtige in het kalenderjaar gedurende meer dan zes maanden dezelfde partner heeft, de gecombineerde heffingskorting daarna verhoogd tot het toetsniveau. De verhoging bedraagt echter maximaal het bedrag van de door de partner verschuldigde gecombineerde inkomensheffing verminderd met zijn gecombineerde heffingskorting. 2 De verhoging van de gecombineerde heffingskorting wordt verlaagd met het bedrag van de belastingvermindering volgens regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. 3 De belastingplichtige die uitsluitend door zijn overlijden in het kalenderjaar of het overlijden van zijn partner niet voldoet aan de voorwaarde van het eerste lid inzake het gedurende meer dan zes maanden hebben van dezelfde partner in het kalenderjaar wordt, voor de toepassing van dit artikel, geacht meer dan zes maanden dezelfde partner te hebben gehad.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:216Parket bij de Hoge Raad, 7 maart 2019 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 18/03217. Het geschil betreft de vraag of een verlaging van de algemene heffingskorting, ten gevolge van het meenemen van een vrijgesteld…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1511Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2018 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 20 december 2018 in de zaken met rolnummers 17/04516 (ECLI:NL:PHR:2018:1413) en 18/01717 (ECLI:NL:PHR:2018:1414).

  • ECLI:NL:HR:2018:2081Hoge Raad, 9 november 2018 (belastingrecht)

    Artikel 8.9 en 8.9a Wet IB 2001. Geen premiedeel heffingskortingen voor werknemer Europol.

  • ECLI:NL:PHR:2018:762Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2018 (belastingrecht)

    A-G Niessen heeft conclusie genomen in de zaak met nummer 17/05348. In cassatie is in geschil of belanghebbende recht heeft op de heffingskorting voor de volksverzekeringen. Belanghebbende woont in…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:6798Rechtbank Gelderland, 2 september 2026 (bestuursrecht)

    IB/PVV; inkomsten uit vroegere arbeid behoren niet tot het arbeidsinkomen en daarom bestaat er geen recht op arbeidskorting. AOW-premie wordt geheven naar een tijdsevenredig percentage, omdat…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5889Rechtbank Gelderland, 17 juli 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV 2022. Navordering van de eerder uitbetaalde heffingskortingen is terecht. Als gevolg van een ab-verlies dat is omgezet in een belastingkorting is de partner geen inkomensheffing verschuldigd.…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:998Centrale Raad van Beroep, 2 juli 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Niet-ontvankelijk beroep. Geen procesbelang. Bezwaar tegen uitkeringsspecificaties. Besluitkarakter. Inhouding vanwege ontvangen heffingskorting. Juiste toepassing rekenregels. Het college heeft de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3758Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026 (belastingrecht)

    Aanslag IB, uitbetaling heffingskorting, Unierecht. Beroep ongegrond.

155 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.