Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.42 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Energie-investeringsaftrek 1 Indien in een kalenderjaar in een onderneming die de ondernemer voor eigen rekening drijft, wordt geïnvesteerd in niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen met betrekking waartoe op een door de ondernemer gedaan verzoek door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat is verklaard dat sprake is van energie-investeringen, en de ondernemer daarvoor bij de aangifte kiest, wordt een in het derde lid aangewezen percentage van het bedrag aan energie-investeringen ten laste gebracht van de winst over dat jaar (energie-investeringsaftrek). 2 Energie-investeringen zijn investeringen die door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister en na overleg met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat bij ministeriële regeling zijn aangewezen als investeringen die in het belang zijn van een doelmatig gebruik van energie. 3 De energie-investeringsaftrek bedraagt 40 percent. 4 Energie-investeringen worden voor ten hoogste de volgende bedragen in aanmerking genomen, met dien verstande dat het totale bedrag aan energie-investeringen dat per belastingplichtige per jaar in aanmerking wordt genomen niet meer bedraagt dan € 153.000.000: a.indien de onderneming die de ondernemer voor eigen rekening drijft geen deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer andere ondernemers die daarbij voor eigen rekening een onderneming drijven of belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting: € 153.000.000; b.indien de onderneming die de ondernemer voor eigen rekening drijft wel deel uitmaakt van een zodanig samenwerkingsverband: € 153.000.000 vermenigvuldigd met het bedrag aan energie-investeringen van de ondernemer en gedeeld door het gezamenlijke bedrag aan energie-investeringen van de ondernemer en de bedoelde andere deelnemers aan het samenwerkingsverband. 5 Onder de aanschaffings- of voortbrengingskosten ter zake van een energie-investering als bedoeld in het eerste lid, worden, indien de ondernemer daarvoor bij de aangifte kiest, tevens begrepen de kosten van een advies ter zake van energiebesparende maatregelen in gebouwen of bij processen dat op die investering of mede op die investering betrekking heeft en voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen. 6 De energie-investeringsaftrek is van toepassing indien de energie-investering langs de daartoe geopende elektronische weg is aangemeld bij Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht. 7 Bij ministeriële regeling kunnen door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat in overeenstemming met Onze Minister: a.regels worden gesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde verklaring en b.regels worden gesteld met betrekking tot het zesde lid. 8 Tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven inzake beroep tegen de in het eerste lid bedoelde verklaring, kunnen de belanghebbende en Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beroep in cassatie instellen ter zake van schending of verkeerde toepassing van de begrippen investeren en bedrijfsmiddelen. Op dit beroep zijn de voorschriften betreffende het beroep in cassatie tegen uitspraken van de gerechtshoven inzake beroepen in belastingzaken van overeenkomstige toepassing, waarbij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de plaats inneemt van een gerechtshof.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:698Parket bij de Hoge Raad, 20 juni 2025 (belastingrecht)

    CBb; weigering energie-investeringsaftrek; omvang bedrijfsmiddel; aanschaffings- of voortbrengingskosten; evenredigheidsbeginsel.

  • ECLI:NL:HR:2022:302Hoge Raad, 25 februari 2022 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Art. 3.42, leden 1 en 8, en art. 3.43, lid 1, Wet IB2001; Uitv.reg. energie-investeringsaftrek 2001 en Bijlage I. EIA-verklaring. Begrip investeren. Energiebesparingsnorm.

  • ECLI:NL:HR:2017:1133Hoge Raad, 23 juni 2017 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 3:42, lid 6, Wet IB 2001; art. 8, leden 8 en 11, Wet Vpb 1969; onderdelen 5.4.2.2.2, 5.4.3 en 5.4.4 van het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 15 september…

  • ECLI:NL:PHR:2016:757Parket bij de Hoge Raad, 5 juli 2016 (belastingrecht)

    Energie-investeringsaftrek (art. 3.42 Wet IB 2001). Warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) gekocht van een gelieerde vennootschap die verzuimd had deze energie-investering binnen de wettelijke…

  • ECLI:NL:CBB:2026:499College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Naar het oordeel van het College heeft de minister de EIA-verklaring voor de door appellant aangemelde investering in de zonnepanelen terecht geweigerd, omdat de zonnepanelen, via de omvormer, zijn…

  • ECLI:NL:CBB:2025:390College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 juli 2025 (bestuursrecht)

    Weigering verklaringen energie-investeringsaftrek. De minister legt de regelgeving juist uit door bij de melding te beoordelen of de investeringen gedaan worden in een warmtenet of een systeem voor…

  • ECLI:NL:CBB:2025:287College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 mei 2025 (bestuursrecht)

    Weigering verklaring energie-investeringsaftrek. Investering in LNG-aandrijflijnen in de variant dual-fuel voor Volvovrachtwagens levert geen directe energiebesparing op. Wijziging van de regeling…

  • ECLI:NL:CBB:2025:291College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 mei 2025 (bestuursrecht)

    Weigering verklaring energie-investeringsaftrek omdat het gemelde bedrijfsmiddel (HR++ glas) wordt toegepast in woningen. Het College oordeelt dat het gebouw waarvoor de EIA-verklaringen zijn…

102 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.