Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.54 IB

Geldt sinds 1 januari 2014

Herinvesteringsreserve 1 Indien bij vervreemding van een bedrijfsmiddel de opbrengst de boekwaarde van het bedrijfsmiddel overtreft, kan bij het bepalen van de in het kalenderjaar genoten winst het verschil gereserveerd worden en blijven tot vermindering van de in aanmerking te nemen aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die in het jaar van vervreemding of in de daarop volgende drie jaren worden aangeschaft of voortgebracht, indien en zolang het voornemen tot herinvestering van de opbrengst bestaat (herinvesteringsreserve). 2 Afboeking van de herinvesteringsreserve op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van het bedrijfsmiddel of de bedrijfsmiddelen waarin wordt geherinvesteerd, vindt plaats voorzover het gezamenlijke bedrag van de boekwaarden van die bedrijfsmiddelen door die afboeking niet daalt beneden het bedrag van de boekwaarde onmiddellijk voorafgaande aan de vervreemding van het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de herinvesteringsreserve is gevormd. 3 Afboeking van een herinvesteringsreserve die is ontstaan als gevolg van de vervreemding van een bedrijfsmiddel waarop niet pleegt te worden afgeschreven of waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, behoeft slechts plaats te vinden op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen met eenzelfde economische functie als de vervreemde bedrijfsmiddelen. 4 Met betrekking tot bedrijfsmiddelen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, vindt afboeking van een herinvesteringsreserve slechts plaats voorzover de herinvesteringsreserve is gevormd ter zake van de vervreemding van bedrijfsmiddelen met eenzelfde economische functie in de onderneming als de aangeschafte of voortgebrachte bedrijfsmiddelen. 5 Een herinvesteringsreserve wordt uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is ontstaan, in de winst opgenomen, behalve voorzover: a.in verband met de aard van de aan te schaffen of voort te brengen bedrijfsmiddelen een langer tijdvak is vereist of b.de aanschaffing of voortbrenging, mits daaraan een begin van uitvoering is gegeven, door bijzondere omstandigheden is vertraagd. 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt met vervreemding gelijkgesteld verlies of beschadiging van een bedrijfsmiddel. De vergoeding wegens verlies of beschadiging wordt daarbij aangemerkt als opbrengst. 7 Voor de toepassing van dit artikel behoren niet tot de bedrijfsmiddelen: a.vermogensrechten die ter belegging worden gehouden, en b.voorwerpen van geringe waarde als bedoeld in artikel 3.30, vierde lid. 8 Indien op het vervreemde bedrijfsmiddel willekeurig is afgeschreven, wordt voor de toepassing van het eerste lid als boekwaarde van dat bedrijfsmiddel in aanmerking genomen, de boekwaarde die zonder willekeurige afschrijving zou hebben gegolden. 9 Met betrekking tot bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaar pleegt te worden afgeschreven, is de beperking van het vierde lid niet van toepassing voorzover de herinvesteringsreserve is gevormd ter zake van de vervreemding van bedrijfsmiddelen die een gevolg is van overheidsingrijpen. 10 Met betrekking tot bedrijfsmiddelen waarop niet pleegt te worden afgeschreven, is de beperking van het vierde lid niet van toepassing voorzover de herinvesteringsreserve is gevormd ter zake van de vervreemding van zodanige bedrijfsmiddelen die een gevolg is van overheidsingrijpen. 11 Met betrekking tot bedrijfsmiddelen waarop niet pleegt te worden afgeschreven en bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven, zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing indien aan het voornemen tot herinvestering in een dergelijk bedrijfsmiddel reeds vóór de vervreemding gevolg is gegeven. 12 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overheidsingrijpen verstaan: a.onteigening, daaronder begrepen minnelijke onteigening en verkoop ter voorkoming van onteigening; b.een besluit, daaronder begrepen een regeling, op het gebied van ruimtelijke ordening, natuur of milieu van een publiekrechtelijke rechtspersoon dat de mogelijkheden om de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm voort te zetten of uit te breiden in belangrijke mate beperkt; c.bij algemene maatregel van bestuur aangewezen EU- of nationale regelgeving die leidt tot herstructurering of beëindiging van een bedrijfstak. 13 Indien een besluit of regeling als bedoeld in het twaalfde lid, onderdeel b, de mogelijkheden om de onderneming of een gedeelte daarvan op de huidige locatie in de huidige vorm voort te zetten of uit te breiden in belangrijke mate beperkt, wordt voor de toepassing van het negende en tiende lid een vervreemding van bedrijfsmiddelen van de onderneming respectievelijk het gedeelte daarvan die plaatsvindt binnen drie jaar nadat een dergelijk besluit of een dergelijke regeling in werking is getreden, geacht een gevolg te zijn van overheidsingrijpen, met dien verstande dat een latere vervreemding ook nog geacht wordt een gevolg te zijn van overheidsingrijpen indien deze vervreemding door bijzondere omstandigheden is vertraagd en daaraan binnen de hiervoor bedoelde periode van drie jaar reeds een begin van uitvoering is gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:850Hoge Raad, 6 juni 2025 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting. Art. 15e, leden 1 en 2, Wet op de vennootschapsbelasting 1969; artt. 7 en 23 Belastingverdrag Nederland-België; foutenleer bij bepalen van de vrij te stellen winst van een…

  • ECLI:NL:PHR:2024:857Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (belastingrecht)

    Sanctie ex art. 15ai(1) Wet Vpb (waardering op WEV) bij verbreking fiscale eenheid na verschuiving van vermogensbestanddelen binnen de eenheid; uitzondering daarop in art. 15ai(3) Wet Vpb voor…

  • ECLI:NL:HR:2022:1507Hoge Raad, 21 oktober 2022 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting; art. 3.54 Wet IB 2001; is realiseerbaar voornemen tot herinvesteren vereist voor vormen of handhaven van herinvesteringsreserve? Is concreet plan daarvoor vereist? Betekenis…

  • ECLI:NL:HR:2021:143Hoge Raad, 29 januari 2021 (civiel recht)

    Contractenrecht; belastingrecht. Verkoop van aandelen in vennootschap, met garantie ter zake van aanwezige herinvesteringsreserve (art. 3.54 Wet IB 2001). Naderhand belastingaanslag op de grond dat…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:948Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 april 2026 (belastingrecht)

    De zesjaarstermijn van artikel 15ai Wet Vpb start op moment dat zekerheid bestond dat de voorwaarden voor verkoop van percelen bouwgrond waren vervuld.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:2009Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 31 maart 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV. Afsluitvergoeding i.v.m. opstalrechtovereenkomst. Herinvesteringsreserve?

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:3556Rechtbank Den Haag, 10 februari 2026 (belastingrecht)

    Eiseres is moedermaatschappij in een fiscale eenheid en is 50% firmant in een VoF. De Vof heeft bij de verkoop van een schip in 2018 een boekwinst behaald die is gedoteerd aan de HIR. De Vof is in…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:8593Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 december 2025 (belastingrecht)

    Vpb 2019. Beroep ongegrond. Herinvesteringsreserve. Voornemen tot herinvesteren niet aannemelijk gemaakt.

329 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.