Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 10.1 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Inflatiecorrectie 1 Bij het begin van het kalenderjaar worden de in de artikelen 2.10, 2.10a, 2.12, 3.15, eerste lid, 3.41, 3.42, 3.47, 3.77, 3.87, 3.125, 3.126a, 3.127, tweede lid, 3.129, 3.133, 4.17a, 5.3, 5.5, 5.10, 5.13, 6.17, vierde lid, 6.20, 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel a, 8.14a, 8.16a, 8.17, 8.18, 9.4, 9.4a en 10.7 vermelde bedragen, het in artikel 8.10, tweede lid, eerstvermelde bedrag, het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel b, als tweede vermelde bedrag en het in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdeel c, als tweede vermelde bedrag bij ministeriële regeling vervangen door andere. Deze bedragen worden berekend door de te vervangen bedragen te vermenigvuldigen met de tabelcorrectiefactor en vervolgens de nodig geachte afronding aan te brengen. Indien in het voorafgaande jaar een dergelijke afronding is toegepast, kan bij vervanging worden uitgegaan van het niet-afgeronde bedrag. 2 In afwijking in zoverre van het eerste lid, tweede volzin, wordt het bedrag dat is vermeld in de eerste regel van de tweede kolom en in de tweede regel van de eerste kolom van de tabel in artikel 2.10, eerste lid, berekend door het te vervangen bedrag te vermenigvuldigen met de uitkomst van de formule: 1 + (75% x (tabelcorrectiefactor – 1)).

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:1443Parket bij de Hoge Raad, 31 december 2018 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 31 december 2018 inzake: 18/00690, ECLI:NL:PHR:2018:1438 17/05606, ECLI:NL:PHR:2018:1439 17/05609, ECLI:NL:PHR:2018:1440 17/05610…

  • ECLI:NL:HR:2014:1623Hoge Raad, 11 juli 2014 (belastingrecht)

    Energiebelasting; artikelen 59, 60 en 90 Wbm; artikelen 10.1 en 10.2 Wet IB 2001. Werkt het buiten toepassing verklaren van de wettelijke indexering van bedragen in de inkomstenbelasting door naar de…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BY8780Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2012 (belastingrecht)

    Art. 1 en 21, lid 7, Successiewet 1956 (tekst 2007). Nadere verkrijging door fideï-commissaire verwachters vormt tezamen met oorspronkelijke verkrijging één verkrijging. Vrijstellingen slechts…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:5560Rechtbank Noord-Nederland, 16 december 2025 (bestuursrecht)

    Varia. Toeslagen. Beroep tegen de vaststelling en terugvordering van de huurtoeslag. Aan het begin van het berekeningsjaar was sprake van een overschrijding van de vermogensgrens. De…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:7323Rechtbank Limburg, 25 juli 2025 (bestuursrecht)

    Recht op huurtoeslag correct vastgesteld. Uit de basisregistratie is gebleken dat de betrokkene op hetzelfde woonadres als eiser stond ingeschreven. Daarnaast is uit navraag bij de IND gebleken dat…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:2092Rechtbank Limburg, 7 maart 2025 (bestuursrecht)

    Uitkering voor asbestslachtoffer aanmerken als bijzonder vermogen bij de berekening van huurtoeslag van nabestaande. De rechtbank acht een te strikte toepassing van de uitzonderingsregel in dit geval…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:1628Rechtbank Limburg, 21 februari 2025 (bestuursrecht)

    Recht op huurtoeslag correct vastgesteld. Een uitkering uit een arbeidsongeschiktheidsverzekering waarvan een deel in één keer is uitgekeerd, kan niet worden aangemerkt als bijzonder vermogen als…

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:8703Rechtbank Limburg, 28 november 2024 (bestuursrecht)

    Eisers zoon is aan te merken als medebewoner als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Eisers zoon (ouder dan 23 jaar) stond in betreffende periode…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.