Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.120 IB

Geldt sinds 1 januari 2014

Aftrekbare kosten eigen woning 1 De aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning zijn het gezamenlijke bedrag van: a.de renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld; b.de kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld; c.de periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht, opstal en beklemming, met betrekking tot de eigen woning. 2 Tot de aftrekbare kosten van een eigen woning worden niet gerekend kosten voor zover in verband met de voldoening daarvan schulden ontstaan waarvan de verplichting tot betaling – anders dan voor het geval van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de belastingplichtige – rechtens, al dan niet voorwaardelijk, of in feite, direct of indirect is beperkt. 3 De in een kalenderjaar bij wijze van vooruitbetaling voldane renten van schulden en kosten van geldleningen worden niet in aanmerking genomen: a.indien zij betrekking hebben op tijdvakken die eindigen later dan zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin zij zijn voldaan doch slechts voor zover zij betrekking hebben op de periode die aanvangt na afloop van het kalenderjaar, waarbij die renten naar evenredigheid worden toegerekend aan kalendermaanden en gedeelten van kalendermaanden als kalendermaand worden aangemerkt; b.voor zover zij betrekking hebben op tijdvakken of delen daarvan die vallen na het tijdstip waarop de binnenlandse belastingplicht anders dan door overlijden eindigt. 4 Vooruitbetaalde renten en kosten van geldleningen die op grond van het derde lid, onderdeel a, niet in aanmerking zijn genomen, worden, behoudens indien de binnenlandse belastingplicht anders dan door overlijden is geëindigd, geacht in gelijke delen te zijn voldaan in elk van de op het in het derde lid bedoelde kalenderjaar volgende kalenderjaren waarop de renten of kosten van geldleningen betrekking hebben, waarbij gedeelten van kalenderjaren als kalenderjaren worden aangemerkt. In het jaar waarin de belastingplichtige overlijdt, worden de renten of kosten van geldleningen die nog buiten aanmerking zijn gebleven, geheel in aanmerking genomen. 5 Afsluitprovisies die zijn voldaan ter zake van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld worden niet gerekend tot de bij wijze van vooruitbetaling voldane renten van schulden en kosten van geldleningen, mits de woning in het kalenderjaar of in de daaropvolgende twee jaren de belastingplichtige als hoofdverblijf ter beschikking staat, een en ander voor zover zij niet meer belopen dan 1,5% van het bedrag van de aangegane schulden en tevens gezamenlijk een bedrag van € 3630 niet te boven gaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2017:2680Hoge Raad, 20 oktober 2017 (belastingrecht)

    HR: 81.1 RO.

  • ECLI:NL:HR:2017:2612Hoge Raad, 13 oktober 2017 (belastingrecht)

    HR: art. 81.1 RO.

  • ECLI:NL:HR:2006:AV2339Hoge Raad, 24 februari 2006 (belastingrecht)

    Aftrek van renten als kosten van geldlening i.v.m. de verwerving van een eigen woning; storting in een bouwdepot.

  • ECLI:NL:RBZWB:2021:2535Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 mei 2021 (belastingrecht)

    Artikel 3.120, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 2001. Belanghebbende heeft een nieuwe woning in België gekocht. In geschil is het antwoord op de vraag of de registratiebelasting voor de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2020:3884Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 augustus 2020 (belastingrecht)

    Art. 3.120 Wet IB 2001. Eigenwoningrente. De rechtbank ziet geen aanleiding om de door belanghebbende betaalde eigenwoningrente fiscaal anders te kwalificeren, waardoor een gedeelte van de rente niet…

  • ECLI:NL:GHAMS:2019:2937Gerechtshof Amsterdam, 23 juli 2019 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Op grond van artikel 3.120, eerste lid onder c, van de Wet IB 2001 zijn de periodieke betalingen op grond van het erfpachtrecht aftrekbaar. Voor het overige zijn de betalingen dat…

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:4992Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 augustus 2018 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; aftrekbaarheid vooruitbetaalde eigenwoningrente; art. 24a AWR; art. 3.119a, 3.120 en 3.151 Wet IB 2001; art. 38 Wet IB 1964; In de aangifte IB/PVV 2014 van erflaatster is een…

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:76Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 januari 2016 (belastingrecht)

    Omdat de rente over de lening die belanghebbende was aangegaan ter verwerving van de eigenwoningschuld als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001 in Zwitserse francs lager was dan in Euro’s heeft…

64 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.