Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.41 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 1 Indien in een kalenderjaar wordt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, en de belastingplichtige daarvoor bij de aangifte kiest, wordt een per onderneming op de voet van het tweede lid berekende kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ten laste gebracht van de winst over dat jaar. 2 Bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van: meer dan maar niet meer dan bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek – € 2.900 € 0 € 2.900 € 71.683 28% van het investeringsbedrag € 71.683 € 132.746 € 20.072 € 132.746 € 398.236 € 20.072 verminderd met 7,56% van het gedeelte van het investeringsbedrag dat de € 132.746 te boven gaat € 398.236 – € 0 3 Indien de onderneming van de belastingplichtige deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer andere belastingplichtigen die daarbij winst uit onderneming genieten of belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting, worden voor de toepassing van het tweede lid hun investeringen voor het samenwerkingsverband en de door de belastingplichtige voor de betreffende onderneming gedane buitenvennootschappelijke investeringen samengeteld en bedraagt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek het aldus op de voet van het tweede lid bepaalde bedrag vermenigvuldigd met het aan de belastingplichtige toe te rekenen investeringsbedrag en gedeeld door de som van het gezamenlijke investeringsbedrag voor het samenwerkingsverband en het bedrag van de door de belastingplichtige voor de betreffende onderneming gedane buitenvennootschappelijke investeringen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:1079Parket bij de Hoge Raad, 13 november 2020 (belastingrecht)

    Winstbepaling woningcorporatie; investerings- of exploitatiesubsidie? Vermindering verhuurderheffing wegens investering in bepaalde huurwoningen (art. 1.10 Wmw 2014 II): belaste jaarwinst of volgens…

  • ECLI:NL:HR:2020:825Hoge Raad, 1 mei 2020 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 3.41 Wet IB 2001 (tekst 2016); berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek; samenwerkingsverband.

  • ECLI:NL:HR:2020:826Hoge Raad, 1 mei 2020 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 3.41 Wet IB 2001 (tekst 2016); berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek; samenwerkingsverband.

  • ECLI:NL:HR:2020:827Hoge Raad, 1 mei 2020 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; artikel 3.41 en 3.44 Wet IB 2001 (tekst 2016); berekening van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek; samenwerkingsverband; doorschuiving.

  • ECLI:NL:CRVB:2024:2308Centrale Raad van Beroep, 4 december 2024 (socialezekerheidsrecht)

    Vaststelling en terugvordering WIA-voorschotuitkering na ontvangst gegevens fiscus. De restverdiencapaciteit van appellant is bij de toekenning van de WIA-uitkering in 2017 juist vastgesteld, echter…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:7516Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2024 (belastingrecht)

    IB/PVV. Omzet. Vermogensetikettering woning. Kostenaftrek.

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2143Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 juli 2024 (belastingrecht)

    Wet IB 2001. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de gastenkamers in de B&B naar aard en inrichting geen woningen zijn en ook niet bestemd zijn om als zodanig te worden gebruikt…

  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2142Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 juli 2024 (belastingrecht)

    Wet IB 2001. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de gastenkamers in de B&B naar aard en inrichting geen woningen zijn en ook niet bestemd zijn om als zodanig te worden gebruikt…

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.