Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.83 IB

Geldt sinds 1 april 2017

Pensioen in grensoverschrijdende situaties 1 Tot loon wordt gerekend de waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenregeling, indien de belastingplichtige die werknemer of gewezen werknemer is in de zin van de wettelijke bepalingen van de loonbelasting en aan wie het pensioen is toegezegd, ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn anders dan door overlijden, of indien na zijn overlijden de gerechtigde tot de uitkeringen ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn. Onder ophouden binnenlands belastingplichtig te zijn wordt mede verstaan de situatie waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de Belastingregeling voor het Koninkrijk, de Belastingregeling voor het land Nederland of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting wordt geacht geen inwoner van Nederland meer te zijn. 2 Tot loon wordt gerekend, tenzij het eerste lid toepassing vindt, de waarde in het economische verkeer van opgebouwde aanspraken uit een pensioenregeling indien de verplichtingen waarop de aanspraken berusten, geheel of gedeeltelijk zijn ondergebracht bij een ander lichaam dan bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b en d, van de Wet op de loonbelasting 1964. 3 De waarde van de opgebouwde aanspraken wordt verminderd met de waarde van de aanspraken die niet ten laste is gekomen van belastbaar inkomen uit werk en woning. 4 Indien het eerste of het tweede lid toepassing vindt met betrekking tot de waarde van aanspraken die op grond van het eerste of tweede lid dan wel artikel 7.2, achtste lid, onderdeel a, eveneens is begrepen in het belastbare inkomen uit werk en woning van een vorig kalenderjaar, wordt, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden, het belastbare inkomen uit werk en woning van dat vorige kalenderjaar met die waarde van de aanspraken verlaagd. De inspecteur vermindert dienovereenkomstig de conserverende aanslag over dat jaar bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de grootte van de vermindering. 5 Indien artikel 19b van de Wet op de loonbelasting 1964 toepassing heeft gevonden, wordt het loon verminderd met de waarde van de aanspraken die tot het loon zijn gerekend met toepassing van het tweede lid, voorzover de belasting ter zake van de waarde van die aanspraken is voldaan. 6 Bij algemene maatregel van bestuur worden aanwijzingen gegeven met betrekking tot de bepaling van de waarde in het economische verkeer van de opgebouwde aanspraken. 7 Op verzoek van de belastingplichtige wordt, indien de waarde van aanspraken op grond van het eerste of tweede lid dan wel artikel 7.2, achtste lid, onderdeel a, is begrepen in het belastbare inkomen uit werk en woning van een vorig kalenderjaar, en 1°. wordt voldaan aan de voorwaarden voor uitstel van betaling bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet 1990, en 2°. de verplichtingen waarop de aanspraken berusten geheel zijn ondergebracht bij een verzekeraar als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdelen a, b of d, van de Wet op de loonbelasting 1964, het belastbare inkomen uit werk en woning van dat vorige kalenderjaar met die waarde van de aanspraken verlaagd. De inspecteur vermindert dienovereenkomstig de conserverende aanslag over dat jaar bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de grootte van de vermindering. 8 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond waarvan om doelmatigheidsredenen toepassing van het eerste en tweede lid achterwege kan blijven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1016Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (belastingrecht)

    Art. 4.16(1)(h) Wet IB 2001. Art. 13(4) en (5) Verdrag Nederland-België 2001. Kan Nederland - gelet op het aanmerkelijkbelangvoorbehoud - het heffingsrecht effectueren over de conserverende aanslag…

  • ECLI:NL:HR:2017:1324Hoge Raad, 14 juli 2017 (belastingrecht)

    Prejudiciële vragen. Conserverende aanslag ter zake van pensioen- en lijfrenteaanspraken, artikel 3.136 lid 2 en lid 3 Wet IB 2001. Strijd met goede verdragstrouw? Antwoord hangt af van wanneer…

  • ECLI:NL:PHR:2017:417Parket bij de Hoge Raad, 8 juni 2017 (belastingrecht)

    Bij beslissing van 9 maart 2017 heeft de Rechtbank Zeeland/West-Brabant de Hoge Raad ex artikel 27ga AWR verzocht om een prejudiciële beslissing. Belanghebbende heeft bij de inbreng van zijn…

  • ECLI:NL:PHR:2016:369Parket bij de Hoge Raad, 28 april 2016 (belastingrecht)

    Art. 12a Wet LB: heffing over fictief salaris van een in Portugal wonende a.b.-houder. Staan de ‘context’ ex art. 3(2) belastingverdrag met Portugal en de goede verdragstrouw aan die heffing in de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:5242Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juni 2026 (belastingrecht)

    Conserverende aanslag IB/PVV 2020, revisierente. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3757Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 mei 2026 (belastingrecht)

    Conserverende aanslag, revisierente. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3003Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Belastbaarheid ontslagvergoeding.

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:2796Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 mei 2018 (belastingrecht)

    Aan belanghebbende is ter zake van zijn emigratie naar de Filippijnen een conserverende aanslag opgelegd m.b.t. lijfrente- en pensioenaanspraken. Het bij conserverende aanslag in de heffing betrekken…

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.