Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 4.43 IB

Geldt sinds 1 januari 2023

Genietingstijdstip reguliere voordelen 1 Reguliere voordelen worden geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop zij zijn: a.ontvangen; b.verrekend; c.ter beschikking gesteld; d.rentedragend geworden of e.vorderbaar en inbaar geworden. 2 Reguliere voordelen als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel a, worden geacht uiterlijk te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de binnenlandse belastingplicht indien deze in de loop van het kalenderjaar eindigt. 3 Een fictief regulier voordeel als bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdeel f, wordt geacht uiterlijk te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of, indien de belastingplichtige in de loop van het kalenderjaar is overleden, het moment onmiddellijk voorafgaand aan het moment van overlijden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:841Parket bij de Hoge Raad, 8 augustus 2025 (belastingrecht)

    Onzakelijk hoge deel van door BV betaalde licentievergoeding belast bij de aandeelhouder als voordeel uit a.b. Onduidelijk wie achter de crediteur zit. Winstuitdeling? Dubbele bewustheid?…

  • ECLI:NL:PHR:2021:288Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2021 (belastingrecht)

    In geschil is (a) of navordering blijft toegestaan indien de aanslag is opgelegd conform de onder horizontaal toezicht ingediende aangifte, en (b) wanneer een lening door de vennootschap aan de…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BW7728Parket bij de Hoge Raad, 1 maart 2013 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Artikel 3.92 Wet IB 2001. Jaar van afrekening ter zake van beëindiging pachtovereenkomst met terugwerkende kracht. Samenhang met HR 11/04954 en 11/04696.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BV1420Parket bij de Hoge Raad, 28 september 2012 (belastingrecht)

    Dividendbelasting. Heffingsrente. Europees recht. Art. 25a, lid 2, Wet Vpb 1969, art. 15 en 30f AWR. Teruggaaf van dividendbelasting en vergoeding van heffingsrente m.b.t. door een Nederlandse…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:3200Rechtbank Noord-Holland, 5 maart 2026 (belastingrecht)

    De fiscaal partner van belanghebbende is DGA van een vennootschap. Naar het oordeel van de rechtbank is van een verkapte winstuitdeling geen sprake. De vennootschap heeft zich geen voordeel ten…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:125Gerechtshof Den Haag, 13 januari 2026 (belastingrecht)

    Navorderingsaanslag IB/PVV. Vergrijpboete. Art. 67e AWR. Winstuitdeling door het verstrekken van een optierecht met een prijsmechanisme. Geen (voorwaardelijk) opzet, wel grove schuld. Vergrijpboete…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:3625Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 december 2025 (belastingrecht)

    Belanghebbende is in 2016 en 2018 inwoner van Nederland en kiest in beide jaren voor partieel buitenlandse belastingplicht. Hij houdt via een buitenlandse vennootschap een lucratief belang en kiest…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:3685Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 juni 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV. Dividenduitkeringen. Aanmerkelijk belang? Economische gerechtigdheid.

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.