Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.77 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Aftrek speur- en ontwikkelingswerk 1 De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet en in het kalenderjaar ten minste 500 uur besteedt aan werk dat bij een S&O-verklaring als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen is aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk. De aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk bedraagt € 15.979. 2 Indien de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was en aan hem voor die periode met betrekking tot ten hoogste twee kalenderjaren een S&O-verklaring is afgegeven, wordt de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk verhoogd met € 7.996. Een S&O-verklaring die is afgegeven voor een deel van een kalenderjaar wordt aangemerkt als een S&O-verklaring afgegeven met betrekking tot een heel kalenderjaar. De eerste volzin is niet van toepassing voor de ondernemer die met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een onderneming voortzet of mede voortzet waarbij dit voortzetten een aanvang heeft genomen in het kalenderjaar of in een van de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren. 3 Artikel 3.6, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 4 Indien op grond van artikel 29 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen de in artikel 23, derde, vierde en zevende lid, van die wet vermelde percentages worden verhoogd, verlaagd of op nihil worden gesteld, kan bij ministeriële regeling van Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat het in het eerste lid vermelde bedrag in dezelfde mate worden verhoogd tot maximaal € 18.977, worden verlaagd of op nihil worden gesteld. Het nieuwe bedrag geldt met betrekking tot de S&O-verklaringen die betrekking hebben op een kalenderjaar dat aanvangt op of na de dag waarop de wijziging in werking treedt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BN0666Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2010 (belastingrecht)

    Artikelen 2.5, 3.6 en 3.76 Wet IB 2001; artikel 43 EG/ 49 VWEU. Vervolgprocedure na arrest van HvJ EU waarin prejudiciële vraag is beantwoord over het eventueel wegnemen door de optieregeling van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5255Rechtbank Gelderland, 3 juli 2026 (belastingrecht)

    IB/PVV; geen bron van inkomen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:508Rechtbank Noord-Holland, 26 januari 2022 (belastingrecht)

    Eiser ontving salaris (er werd loonheffing ingehouden) en verrichtte werkzaamheden. Eiser, fiscalist, gaf deze inkomsten aan als winst uit onderneming en claimde ondernemersaftrek, S&O aftrek en…

  • ECLI:NL:RBNNE:2018:1429Rechtbank Noord-Nederland, 19 april 2018 (belastingrecht)

    Wet IB 2001. De rechtbank oordeelt dat het gebrek aan een nieuw feit in dit geval niet aan navordering in de weg staat. Verweerder heeft eiseres - kort gezegd - tijdig laten weten dat het…

  • ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1698Rechtbank Haarlem, 3 juli 2009 (belastingrecht)

    Zelfstandigenaftrek. Is in het kader van het urencriterium sprake van ondersteunende werkzaamheden door echtgenote van arts die als omzet genererende werkzaamheden kunnen worden aangemerkt

  • ECLI:NL:RBLEE:2006:BD3857Rechtbank Leeuwarden, 12 september 2006 (belastingrecht)

    Depothouder is geen ondernemer.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.