Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 3.57 IB

Geldt sinds 1 januari 2025

Juridische fusie 1 De belastingplichtige die is betrokken bij een overgang onder algemene titel in het kader van een fusie van een rechtspersoon, wordt geacht zijn aandelen in of zijn schuldvorderingen op de verdwijnende rechtspersoon ten tijde van de fusie te hebben vervreemd. 2 De belastingplichtige hoeft bij het bepalen van de in een kalenderjaar genoten winst het voordeel uit de in het eerste lid bedoelde vervreemding niet in aanmerking te nemen mits de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd, of in de zin van artikel 3.55, vijfde lid, in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. De eerste volzin geldt niet voor een in het kader van de fusie genoten bijbetaling. 3 Indien het voordeel volgens het tweede lid niet in aanmerking wordt genomen, worden de in het kader van de fusie verworven aandelen in of schuldvorderingen op de verkrijgende rechtspersoon direct na de fusie te boek gesteld voor dezelfde waarde als waarvoor de aandelen in of de schuldvorderingen op de verdwijnende rechtspersoon ten tijde van de fusie te boek zijn gesteld. Voorts treden de schuldvorderingen die de belastingplichtige direct na de fusie op de verkrijgende rechtspersoon heeft, in de plaats van de schuldvorderingen die de belastingplichtige ten tijde van de fusie heeft op de verdwijnende rechtspersoon. Indien de belastingplichtige ten tijde van de fusie onmiddellijk alle aandelen houdt in de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon, zijnde een vennootschap, en in het kader van de fusie geen aandelen worden toegekend, worden in afwijking van de eerste zin de aandelen in de verkrijgende vennootschap direct na de fusie te boek gesteld voor de som van de waarden waarvoor de aandelen in de verkrijgende en de verdwijnende vennootschap ten tijde van de fusie te boek zijn gesteld. 4 Het tweede lid is niet van toepassing indien de fusie in overwegende mate is gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De fusie wordt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing indien de fusie niet plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen, zoals herstructurering of rationalisering van de actieve werkzaamheden van de bij de fusie betrokken rechtspersonen. 5 Voor de toepassing van dit artikel: a.worden met aandelen gelijkgesteld winstbewijzen en lidmaatschapsrechten; b.wordt een recht om aandelen in, winstbewijzen van of schuldvorderingen op de verdwijnende rechtspersoon te verwerven aangemerkt als aandeel, winstbewijs respectievelijk schuldvordering waarop het recht betrekking heeft en c.wordt, indien de belastingplichtige ten tijde van de fusie met de verdwijnende rechtspersoon verbonden is in de zin van artikel 10a, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de verkrijgende rechtspersoon direct na de fusie eveneens als met de belastingplichtige verbonden aangemerkt. 6 De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing indien in het kader van de fusie aandelen worden uitgereikt door een andere rechtspersoon dan de rechtspersoon op wie de vermogensbestanddelen onder algemene titel overgaan. 7 De belastingplichtige die zekerheid wenst omtrent de vraag of de fusie niet wordt geacht in overwegende mate te zijn gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing, kan vóór de fusie een verzoek indienen bij de inspecteur belast met de aanslagregeling van de verdwijnende rechtspersoon, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:2143Gerechtshof Amsterdam, 22 april 2021 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. Heeft belanghebbende krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet BRV jo. artikel 5bis van het Uitvoeringsbesluit BRV recht op toepassing van de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2019:2281Rechtbank Noord-Holland, 19 maart 2019 (belastingrecht)

    Vrijstelling artikel 5bis Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer De met de fusie beoogde jaarlijkse kostenbesparing is voldoende onderbouwd en substantieel

  • ECLI:NL:RBAMS:2015:2067Rechtbank Amsterdam, 22 april 2015 (civiel recht)

    Geen beroepsfout belastingadviseur. Hij mocht afgaan op de - later onjuist gebleken - mededeling van de voormalige belastingadviseur over de hoogte van het fiscaal erkende kapitaal.

  • ECLI:NL:RBARN:2011:BQ7781Rechtbank Arnhem, 14 juni 2011 (belastingrecht)

    Vennootschapsbelasting, voorraadwaardering, margeregeling, globalisatieregeling. Eiseres handelt in auto's en neemt daarbij ook gebruikte auto's van particulieren in. Bij de waardering van de…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.