Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 6.38 IB

Geldt sinds 1 januari 2025

Het in aanmerking nemen van periodieke giften 1 Periodieke giften worden in aanmerking genomen indien zij berusten op een bij notariële of onderhandse akte van schenking aangegane verplichting om de uitkeringen of verstrekkingen gedurende vijf of meer jaren ten minste jaarlijks uit te keren. 2 Periodieke giften in natura waarvan de waarde in het economische verkeer in totaal meer bedraagt dan € 10.000 per kalenderjaar, worden voor de toepassing van het eerste lid slechts in aanmerking genomen voor zover die waarde in het economische verkeer volgt uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur. 3 Voor de toepassing van het tweede lid wordt onder giften in natura mede begrepen een kwijtschelding van een vordering die betrekking heeft op een of meer vermogensbestanddelen in natura. 4 Voor de toepassing van het eerste lid worden periodieke giften in aanmerking genomen tot het gezamenlijke bedrag van ten hoogste € 1.500.000 per kalenderjaar. 5 Indien de belastingplichtige gedurende het gehele kalenderjaar een partner heeft of voor de toepassing van artikel 2.17 geacht wordt te hebben gehad, worden de periodieke giften voor de toepassing van het tweede en vierde lid samengevoegd. Over deze periode geldt voor de toepassing van het tweede lid, in plaats van een bedrag van € 10.000, een bedrag van € 20.000. 6 De akte van schenking kan voorschrijven dat de periodieke gift in ieder geval wordt beëindigd bij: a.verlies van de status als instelling of vereniging; b.faillissement van de instelling of vereniging; c.bij arbeidsongeschiktheid van de schenker of van een van de schenkers; of d.bij werkloosheid van de schenker of van een van de schenkers. 7 Tussentijdse beëindiging van de periodieke gift op grond van een omstandigheid als bedoeld in het zesde lid kan uitsluitend betrekking hebben op de nog niet vervallen termijnen van de periodieke gift en is uitsluitend mogelijk indien de schenker niet of nauwelijks invloed heeft op die omstandigheid. Indien de periodieke gift binnen een periode van vijf jaar eindigt op grond van een omstandigheid als bedoeld in het zesde lid, wordt geacht te zijn voldaan aan het eerste lid. 8 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld waaraan de akte van schenking, alsmede het taxatierapport, onderscheidenlijk de factuur, moet voldoen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:1377Hoge Raad, 7 oktober 2022 (belastingrecht)

    Artikelen 6.34 en 6.38 van de Wet IB 2001. Periodieke gift. Uitkeringen aan ANBI afhankelijk van twee levens. Wezenlijke onzekerheid van het beloop van de uitkeringen wordt niet apart getoetst.

  • ECLI:NL:PHR:2021:760Parket bij de Hoge Raad, 17 augustus 2021 (belastingrecht)

    In geschil is of sprake is van een periodieke gift indien een verplichting tot schenking behalve door tijdsverloop van vijf jaar tevens vervalt door het overlijden van de langstlevende schenker…

  • ECLI:NL:PHR:2013:1138Parket bij de Hoge Raad, 22 oktober 2013 (belastingrecht)

    [X] (hierna: belanghebbende) verhuurt kunstwerken aan de Dienst Musea voor Moderne Kunst van de gemeente [Q]. In geschil is of de door belanghebbende verhuurde kunstwerken kwalificeren als voorwerpen…

  • ECLI:NL:HR:2013:BY8105Hoge Raad, 3 mei 2013 (belastingrecht)

    Art. 6.32, 6.34 en 6.40, letter d, Wet IB 2001. 1. Erflaatster schenkt recht op periodieke uitkeringen, bestaande uit 16.000 certificaten van aandelen (vrij van recht). Erfgenamen voeren overeenkomst…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2349Gerechtshof Den Haag, 18 juni 2026 (belastingrecht)

    Art. 7:2, lid 1 Awb; art. 6.32, 6.33, lid 1, onderdelen a en b, 6.35, 6.38 Wet IB 2001. Geen schending hoorplicht en inzagerecht. Uitspraak op bezwaar niet prematuur. Geen aftrek specifieke…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:183Gerechtshof Den Haag, 8 januari 2026 (belastingrecht)

    Artt. 6.32 t/m 6.35 Wet IB 2001. Artt. 6.38 en 6.39 Wet IB 2001. Aanslag IB/PVV. Giftenaftrek terecht gecorrigeerd. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat sprake is van een periodieke gift of van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:6448Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 september 2025 (belastingrecht)

    IB/PVV, aftrekbaarheid periodieke gift.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1233Gerechtshof Den Haag, 24 juni 2025 (belastingrecht)

    Art. 7:2, lid 1 Awb; art. 6.32, 6.33, lid 1, onderdelen a en b, 6.35, 6.38 Wet IB 2001; art. 41 UR IB 2001. Beroep bij Hof na toepassing judiciële lus artikel 8:113, lid 2 Awb. Geen schending…

39 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.