Wet inkomstenbelasting 2001

IB

Huidige tekst

Artikel 2.10 IB

Geldt sinds 1 januari 2026

Tarief belastbaar inkomen uit werk en woning 1 De belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning ( afdeling 3.1 respectievelijk afdeling 7.2) wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel. Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan maar niet meer dan bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat I II III IV - € 38.883 – 8,10% € 38.883 € 78.426 € 3.149 37,56% € 78.426 – € 18.001 49,50% 2 Indien bij het bepalen van het belastbare inkomen uit werk en woning een of meer bedragen ter zake van grondslagverminderende posten als bedoeld in het derde lid in aftrek zijn gebracht, bedraagt de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning het op basis van het eerste lid bepaalde bedrag vermeerderd met 11,94% van het bedrag waarmee de som van het belastbare inkomen uit werk en woning en de in aftrek gebrachte bedragen ter zake van grondslagverminderende posten als bedoeld in het derde lid, het in de eerste kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel laatstvermelde bedrag te boven gaat, doch ten hoogste met 11,94% van de in aftrek gebrachte bedragen ter zake van grondslagverminderende posten als bedoeld in het derde lid. 3 De grondslagverminderende posten, bedoeld in het tweede lid, zijn: a.de ondernemersaftrek, bedoeld in artikel 3.74; b.de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in artikel 3.79a, mits het gezamenlijke bedrag van de met de ondernemersaftrek verminderde winst, bedoeld in artikel 3.79a, positief is; c.de terbeschikkingstellingsvrijstelling, bedoeld in artikel 3.99b, mits het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.99b, tweede lid, positief is; d.de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning, bedoeld in artikel 3.120; e.de persoonsgebonden aftrek, bedoeld in artikel 6.1.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1488Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting; art. 6.7, lid 1, letter a, en art. 2.10, lid 2 en lid 3, Wet IB 2001; art. 14 EVRM in samenhang met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM en art. 1 Twaalfde Protocol bij het…

  • ECLI:NL:PHR:2026:267Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Conclusie A-G. Profijtontneming. Eenvoudige kasopstelling. Oordelen hof dat en waarom het aannemelijk is dat de betrokkene degene is geweest die de in de bestreden uitspraak bedoelde BMW en Audi…

  • ECLI:NL:PHR:2026:202Parket bij de Hoge Raad, 27 februari 2026 (belastingrecht)

    Art. 14 EVRM; art. 2.10(2)-(3) en art. 6.7(1)(a) Wet IB 2001; art. 2 Wet VSP. Boon/Van Loon-arrest. Discriminatieverbod geschonden doordat de tariefmaatregel in art. 2.10(2) Wet IB 2001 ertoe leidt…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1255Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2024 (belastingrecht)

    Vertrouwensbeginsel. Kan vertrouwen worden ontleend aan (ingetrokken) vrijstellingsverklaringen loonbelasting? Art. 18 Verdrag Nederland-België. Ook gebondenheid aan toezegging in niet-beschikking…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3758Rechtbank Noord-Nederland, 1 september 2026 (belastingrecht)

    Aanslagen IB van een belanghebbende met een monumentenpand als eigen woning. Mag de tariefsaanpassing voor de aftrek van kosten voor de eigen woning in de zin van artikel 2.10, tweede lid, van de Wet…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1910Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 maart 2026 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting, tariefmaatregel, beroepen ongegrond.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:861Gerechtshof Den Haag, 13 mei 2025 (belastingrecht)

    Art. 6.7, lid 1, letter a, en art. 2.10, lid 2 en 3, Wet IB 2001. Arrest Boon/Van Loon en Wet VPS. Art. 26 IVBPR, art. 14 EVRM in samenhang met artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM en art. 1…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:34Gerechtshof Amsterdam, 7 januari 2025 (personen- en familierecht)

    partneralimentatie, de alimentatieplichtige heeft niet heeft voldaan aan de verzwaarde stelplicht dat sprake is van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat zij niet langer aan het…

27 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.