Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Vpb

Huidige tekst

Artikel 6a Vpb

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    Van de belasting wordt op verzoek vrijgesteld een beleggingsinstelling of icbe als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, welker doel en feitelijke werkzaamheid bestaat uit de belegging van gelden of andere goederen en die uitsluitend belegt in financiële instrumenten, met toepassing van het beginsel van risicospreiding, waarbij de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid (rechten van deelneming) op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa van de instelling direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald (vrijgestelde beleggingsinstelling).

  2. 2

    Het eerste lid vindt slechts toepassing indien de beleggingsinstelling of icbe een naamloze vennootschap of een fonds voor gemene rekening is, of een lichaam dat is opgericht of aangegaan naar het op de BES eilanden geldende recht dan wel het recht van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, een lidstaat van de Europese Unie of een staat in de relatie waarmee een met Nederland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is waarin een bepaling is opgenomen die discriminatie naar nationaliteit verbiedt voor lichamen die overigens in dezelfde situatie verkeren als naar Nederlands recht opgerichte of aangegane lichamen, waarvan de rechtsvorm vergelijkbaar is met die van een naamloze vennootschap of fonds voor gemene rekening.

  3. 3

    Voor de toepassing van dit artikel worden onder financiële instrumenten verstaan: a.financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, met uitzondering van zaken en rechten als omschreven in artikel 17a, onderdelen a en b; b.banktegoeden.

  4. 4

    Een lichaam wordt uitsluitend met ingang van een jaar als vrijgestelde beleggingsinstelling aangemerkt.

  5. 5

    Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk ingediend in het jaar met ingang waarvan het lichaam als vrijgestelde beleggingsinstelling wil worden aangemerkt. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

  6. 6

    Indien een lichaam in de loop van een jaar niet langer voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van de belasting, wordt het lichaam met ingang van dat jaar bij een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur niet meer als vrijgestelde beleggingsinstelling aangemerkt.

  7. 7

    Op verzoek van de vrijgestelde beleggingsinstelling wordt zij niet meer als zodanig aangemerkt. Het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, moet zijn ingediend voorafgaande aan het jaar met ingang waarvan het lichaam niet meer als vrijgestelde beleggingsinstelling wil worden aangemerkt. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:167Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2024 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 2 februari 2024 inzake verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting in de zaken met de nrs. 23/02598 ECLI:NL:PHR:2024:117 23/02599…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1315Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2018 (belastingrecht)

    Teruggaaf van dividendbelasting ex art. 10 Wet Divbel aan een Schotse trust, in het VK onderworpen maar zonder rechtspersoonlijkheid, die Nederlands dividend geniet? Opbrengstgerechtigd of…

  • ECLI:NL:PHR:2015:355Parket bij de Hoge Raad, 19 maart 2015 (belastingrecht)

    Verzoek om teruggaaf dividendbelasting op grond van art. 63 VwEU (vrij kapitaalverkeer) door Luxemburgs paraplufonds dat zich vergelijkt met een ingezeten fbi, die tot 2008 teruggaaf kreeg en daarna…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1896Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2014 (belastingrecht)

    Terugwerkende kracht van concernaansluiting voor de premiesectorindeling in de Wfsv? Discretionaire bevoegdheid? Schending van het gelijkheidsbeginsel? Ontvankelijkheidsperikelen Feiten: De…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:1557Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 maart 2023 (belastingrecht)

    Artt. 10 en 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. 'Massale uitspraak'.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5632Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Dividendbelasting / internationaal Art. 10 en 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlandse beleggingsfondsen. ‘Massale uitspraak’.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5634Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Dividendbelasting / internationaal Art. 10 en 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlands beleggingsfonds.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:5635Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Dividendbelasting / internationaal Art. 10 en 11a Wet op de dividendbelasting 1965. Buitenlands beleggingsfonds.

19 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.