Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

WVA

Huidige tekst

Artikel 27 WVA

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Aan een S&O-belastingplichtige die voornemens is in een kalenderjaar ten minste 500 uren van zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd te besteden aan speur- en ontwikkelingswerk geeft Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat op aanvraag een S&O-verklaring af.

  2. 2

    Aanvragen kunnen voor het laatst worden ingediend drie kalendermaanden voor het einde van het kalenderjaar. De beslissing op de aanvraag wordt gegeven binnen drie kalendermaanden na indiening van de aanvraag.

  3. 3

    De S&O-verklaring die ten name van een S&O-belastingplichtige wordt afgegeven, bevat: a.een omschrijving van het werk dat wordt aangemerkt als speur- en ontwikkelingswerk; b.het kalenderjaar waarvoor de S&O-verklaring wordt verstrekt.

  4. 4

    De S&O-belastingplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven en die in het kalenderjaar minder dan 500 uren van zijn voor werkzaamheden beschikbare tijd heeft besteed aan het speur- en ontwikkelingswerk waarop de S&O-verklaring betrekking heeft, doet daarvan binnen drie kalendermaanden na afloop van het kalenderjaar waarop de S&O-verklaring betrekking heeft mededeling aan Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat.

  5. 5

    Artikel 3.6, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    Artikel 24, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de S&O-belastingplichtige aan wie een S&O-verklaring is afgegeven.

  7. 7

    Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat trekt de S&O-verklaring in indien: a.blijkt dat de in artikel 24, eerste lid, bedoelde administratie niet voldoet aan het bij of krachtens dat artikel bepaalde; b.de S&O-belastingplichtige de mededeling, bedoeld in het vierde lid, deed, of aannemelijk is dat hij dat had behoren te doen; c.aannemelijk is dat ter verkrijging van de S&O-verklaring gegevens of bescheiden zijn verstrekt die zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend zouden zijn geweest.

  8. 8

    Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid en een mededeling als bedoeld in het vierde lid geschieden uitsluitend langs elektronische weg met gebruikmaking van de hiervoor door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat beschikbaar gestelde voorziening en door opvolging van de daarbij opgenomen aanwijzingen. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AY9466Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 2007 (belastingrecht)

    Verplichte aangifte ex artikel 22 WVA is geen ‘vrijwillige verbetering’.

  • ECLI:NL:PHR:2007:AY9469Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 2007 (belastingrecht)

    Conclusie PG In de zaken met de nrs. 42 766, 42 767 en 42 768 staat, kort samengevat, de vraag centraal of een aangifte als bedoeld in art. 22, lid 1 (afrekeningsaangifte), van de WVA - of een…

  • ECLI:NL:PHR:2007:AY9471Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 2007 (belastingrecht)

    Aanpassing verplichte aangifte ex artikel 22 WVA is geen ‘vrijwillige verbetering’.

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2908Rechtbank 's-Gravenhage, 7 april 2009 (belastingrecht)

    Nu de enig werknemer naast het speur- en ontwikkelingswerk eveneens computerprogramma's schrijft, is het niet aannemelijk dat meer dan 90% van de door de werknemer verrichte S&O-werkzaamheden. Het…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.