Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:83 Awb

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Partijen worden zo spoedig mogelijk uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting te verschijnen. Binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn zendt het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken aan hem. De artikelen 8:45, vierde tot en met zesde lid, en 8:45a zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorzieningenrechter kan bepalen dat de in deze artikelen bedoelde zienswijzen mondeling ter zitting naar voren worden gebracht. Artikel 8:58 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat tot één dag voor de zitting nadere stukken kunnen worden ingediend. De artikelen 8:59, 8:60, 8:60a, tweede lid, en 8:61 tot en met 8:65 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat getuigen en deskundigen kunnen worden meegebracht of opgeroepen zonder dat de in artikel 8:60, vierde lid, eerste volzin, bedoelde mededeling is gedaan.

  2. 2

    Indien administratief beroep is ingesteld, wordt het beroepsorgaan eveneens uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Het beroepsorgaan wordt in de gelegenheid gesteld ter zitting een uiteenzetting over de zaak te geven.

  3. 3

    Indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder toepassing van het eerste lid.

  4. 4

    Indien onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, kan de voorzieningenrechter ook in andere gevallen uitspraak doen zonder toepassing van het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:1081Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2017 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijk bijlage bij de conclusies: 16/04237 (ECLI:NL:PHR:2017:977) 16/04325 (ECLI:NL:PHR:2017:1001) 16/04497 (ECLI:NL:PHR:2017:1008) 16/05120 (ECLI:NL:PHR:2017:1016) 17/00879…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31065Rechtbank Den Haag, 22 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Verzoek om een voorlopige voorziening bij beroep NL24.17065

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14457Rechtbank Noord-Holland, 22 oktober 2026 (bestuursrecht)

    VOORLOPIGE VOORZIENING. BRP. AMBTSHALVE INSCHRIJVING. Dat verzoekster sinds voorjaar op adres woont is niet in geschil. Naar voorlopig oordeel voorzieningenrechter stelt college daarom terecht dat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31099Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Plakvovo bij NL26.56719

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31105Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Plakvovo bij NL26.53085

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:31072Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar. Faciliterend visum. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af vanwege het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14316Rechtbank Noord-Holland, 21 oktober 2026 (bestuursrecht)

    VOORLOPIGE VOORZIENING. ONTBREKEN SPOEDEISEND BELANG. Vergunninghouder heeft (desgevraagd aan het college) aangegeven nog niet te zijn begonnen met de werkzaamheden die de verleende…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30896Rechtbank Den Haag, 20 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Plakvovo bij NL26.55583.

6.929 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.