Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:104 Awb

Hoger beroep tegen uitspraak van de rechtbank redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen hoger beroep instellen tegen: a.een uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, of artikel 8:67, eerste lid, van de rechtbank, b.een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de voorzieningenrechter van de rechtbank, c.een uitspraak van de rechtbank op een verzoek als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid.

  2. 2

    Geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen: a.een uitspraak van de rechtbank na toepassing van artikel 8:54, eerste lid, b.een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54a, tweede lid, c.een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, d.een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, e.een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, in verband met artikel 8:84, vijfde lid, en f.een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:87.

  3. 3

    Tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de in het eerste lid bedoelde uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegen: a.een tussenuitspraak als bedoeld in artikel 8:80a, of b.een andere beslissing van de rechtbank.

  4. 4

    Geen hoger beroep kan worden ingesteld tegen de voorlopige voorziening, bedoeld in artikel 8:72, vijfde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:560Hoge Raad, 11 april 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Misbruik van bevoegdheid. Instellen beroep bij de bestuursrechter. Betrokkenen vorderen gebod beroep in te trekken omdat het kansloos is. Kan burgerlijke rechter dat gebod uitspreken?…

  • ECLI:NL:HR:2022:1343Hoge Raad, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Proceskosten; art. 8:75 Awb, art. 8:108 Awb en art. 8:114 Awb; intrekking ter zitting van door inspecteur ingestelde incidentele hoger beroep; proceskostenvergoeding en terugbetaling van…

  • ECLI:NL:PHR:2022:245Parket bij de Hoge Raad, 16 maart 2022 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen over de vraag of een tussentijds beroep in cassatie tegen de beslissing van de geheimhoudingskamer van het Hof, ontvankelijk te achten is. Het betreft de…

  • ECLI:NL:PHR:2022:158Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2022 (belastingrecht)

    Verzoek om wraking van raadsheren van de belastingkamer en rolraadsheer. Opmerkingen ten overvloede met betrekking tot de figuur van een pro-formaberoepschrift, enkele bijzonderheden met betrekking…

  • ECLI:NL:RVS:2026:6121Raad van State, 19 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:5910Raad van State, 7 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde aan [partij] een vergunning verleend voor het openbreken en wijzigen van een gedeelte van de openbare…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1274Centrale Raad van Beroep, 1 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad verklaart zicht onbevoegd. Tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, lid 7, Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8729Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 september 2026 (belastingrecht)

    Geheimhoudingskamer

343 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.