Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 9:31 Awb

Geldt sinds 15 maart 2005

  1. 1

    Het bestuursorgaan, onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen – ook na het beëindigen van de werkzaamheden –, getuigen alsmede de verzoeker verstrekken de ombudsman de benodigde inlichtingen en verschijnen op een daartoe strekkende uitnodiging voor hem. Gelijke verplichtingen rusten op ieder college, met dien verstande dat het college bepaalt wie van zijn leden aan de verplichtingen zal voldoen, tenzij de ombudsman één of meer bepaalde leden aanwijst. De ombudsman kan betrokkenen die zijn opgeroepen gelasten om in persoon te verschijnen.

  2. 2

    Inlichtingen die betrekking hebben op het beleid, gevoerd onder de verantwoordelijkheid van een minister of een ander bestuursorgaan, kan de ombudsman bij de daarbij betrokken personen en colleges slechts inwinnen door tussenkomst van de minister onderscheidenlijk dat bestuursorgaan. Het orgaan door tussenkomst waarvan de inlichtingen worden ingewonnen, kan zich bij het horen van de ambtenaren doen vertegenwoordigen.

  3. 3

    Binnen een door de ombudsman te bepalen termijn worden ten behoeve van een onderzoek de onder het bestuursorgaan, degene op wiens gedraging het verzoek betrekking heeft, en bij anderen berustende stukken aan hem overgelegd nadat hij hierom schriftelijk heeft verzocht.

  4. 4

    De ingevolge het eerste lid opgeroepen personen onderscheidenlijk degenen die ingevolge het derde lid verplicht zijn stukken over te leggen kunnen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het geven van inlichtingen onderscheidenlijk het overleggen van stukken weigeren of de ombudsman mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van de inlichtingen onderscheidenlijk de stukken.

  5. 5

    De ombudsman beslist of de in het vierde lid bedoelde weigering onderscheidenlijk de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

  6. 6

    Indien de ombudsman heeft beslist dat de weigering gerechtvaardigd is, vervalt de verplichting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1062Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht ogv de Wet politiegegevens (Wpg). Vervolg op HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433.

  • ECLI:NL:PHR:2021:944Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht ogv de Wet politiegegevens (Wpg). Vervolg op HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433.

  • ECLI:NL:PHR:2021:945Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht ogv de Wet politiegegevens (Wpg). Vervolg op HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433.

  • ECLI:NL:PHR:2021:946Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht ogv de Wet politiegegevens (Wpg). Vervolg op HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1433.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.