Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 7:18 Awb

Geldt sinds 1 mei 2022

  1. 1

    Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.

  2. 2

    Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.

  3. 3

    Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.

  4. 4

    Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.

  5. 5

    Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.

  6. 6

    Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.

  7. 7

    Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.

  8. 8

    Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:721Hoge Raad, 20 mei 2022 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Verschoningsrecht belastingambtenaar in civiele procedure? Art. 67 AWR. Art. 52 Wjsg. Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:1433. Samenhang met zaak 20/04402 (ECLI:NL:HR:2022:722)

  • ECLI:NL:PHR:2021:938Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht art. 52 Wjsg en art. 67 AWR. Vervolg op HR 07-09-18, ECLI:NL:HR:2018:419.

  • ECLI:NL:PHR:2021:939Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht art. 52 Wjsg en art. 67 AWR. Vervolg op HR 07-09-18, ECLI:NL:HR:2018:419.

  • ECLI:NL:PHR:2021:940Parket bij de Hoge Raad, 8 oktober 2021 (civiel recht)

    Verschoningsrecht art. 52 Wjsg en art. 67 AWR. Vervolg op HR 07-09-18, ECLI:NL:HR:2018:419.

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8101Rechtbank Amsterdam, 6 augustus 2026 (bestuursstrafrecht)

    Aan betrokkene zijn meerdere boetes opgelegd voor het met de bromfiets rijden in de Cuyperspassage. De boetes zijn terecht opgelegd, maar gelet op de aangevoerde omstandigheden en dat aan betrokkene…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3436Rechtbank Noord-Nederland, 23 juli 2026 (bestuursstrafrecht)

    Wahv. Als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Nu de CVOM een beslissing heeft genomen op het administratief beroep, zonder het dossier toe te sturen en een…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4761Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 juli 2026 (bestuursstrafrecht)

    1. Bevoegdheid kantonrechter. De stelling van de gemachtigde dat de kantonrechter als civiele rechter niet bevoegd is om over bestuursrechtelijke materie te oordelen, volgt het hof niet. In artikel 9…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3842Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 juni 2026 (bestuursstrafrecht)

    Snelheidsoverschrijding. Hoogte sanctiebedrag. Sanctie opgelegd voor 1 maart 2024. Geen sprake van détournement de pouvoir. Evenredigheidsbeginsel. Niet is gebleken dat de hoogte van het door de…

326 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.