Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Noord-Holland, 21 oktober 2026

ECLI:NL:RBNHO:2026:14316Zaaknummer HAA 26/4722

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
HAA 26/4722
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Haarlem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VOORLOPIGE VOORZIENING. ONTBREKEN SPOEDEISEND BELANG. Vergunninghouder heeft (desgevraagd aan het college) aangegeven nog niet te zijn begonnen met de werkzaamheden die de verleende omgevingsvergunning mogelijk maakt en heeft ook aangegeven met die werkzaamheden niet eerder te starten dan nadat op het door verzoeker tegen die omgevingsvergunning gemaakte bezwaar is beslist. Onder voornoemde omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening geen sprake is. De behandeling van het door verzoeker gemaakte bezwaar kan worden afgewacht

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit De Rijp, verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/4722

uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit De Rijp, verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar

(gemachtigde: E. Knaape).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de naamloze vennootschap Liander N.V. uit Arnhem (Liander).

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de aan Liander verleende omgevingsvergunning voor het weghalen van straatwerk ten behoeve van het plaatsen van een elektriciteit station bij parkeerplaats ’t Achterom in De Rijp. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.2.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

1.3.

Het college heeft de hiervoor bedoelde omgevingsvergunning verleend bij besluit van 20 augustus 2026, gepubliceerd op 24 augustus 2026. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd de werking van de verleende omgevingsvergunning te schorsen en ook een bouw-, hei- en graafstop aan Liander op te leggen totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is.

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

4. Liander heeft (desgevraagd aan het college) aangegeven nog niet te zijn begonnen met de werkzaamheden die de verleende omgevingsvergunning mogelijk maakt en heeft ook aangegeven met die werkzaamheden niet eerder te starten dan nadat op het door verzoeker tegen die omgevingsvergunning gemaakte bezwaar is beslist.

5. Onder voornoemde omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening geen sprake is. De behandeling van het door verzoeker gemaakte bezwaar kan worden afgewacht.

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C. van der Vlugt, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.