Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:110 Awb

Geldt sinds 1 juli 2013

  1. 1

    Indien hoger beroep is ingesteld, kan degene die ook hoger beroep had kunnen instellen, incidenteel hoger beroep instellen. De voorschriften omtrent het hoger beroep zijn van toepassing, tenzij in deze titel anders is bepaald.

  2. 2

    Het incidenteel hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken nadat de hogerberoepsrechter de gronden van het hoger beroep aan de desbetreffende partij heeft verzonden.

  3. 3

    Binnen vier weken nadat de hogerberoepsrechter de gronden van het incidenteel hoger beroep aan partijen heeft verzonden, kunnen deze partijen schriftelijk hun zienswijze omtrent het incidenteel hoger beroep naar voren brengen.

  4. 4

    De hogerberoepsrechter kan de in het tweede en derde lid genoemde termijnen verlengen of, indien hij het hoger beroep behandelt met overeenkomstige toepassing van afdeling 8.2.3, verkorten.

  5. 5

    Voor het incidenteel hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:620Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2025 (belastingrecht)

    Ontvankelijkheid van het incidentele beroep na intrekking van het principale beroep; prematuur incidenteel beroep in cassatie; art. 3.55, lid 7, Wet IB 2001.

  • ECLI:NL:PHR:2024:752Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (belastingrecht)

    Arubaanse dividendbelasting in strijd met non-discriminatiebepaling van art. XI(1) en (2) Vriendschapsverdrag met de VS (1956)? Vergelijkingsmaatstaf; verdragsinterpretatie; rechtstreekse werking…

  • ECLI:NL:HR:2022:1343Hoge Raad, 30 september 2022 (belastingrecht)

    Proceskosten; art. 8:75 Awb, art. 8:108 Awb en art. 8:114 Awb; intrekking ter zitting van door inspecteur ingestelde incidentele hoger beroep; proceskostenvergoeding en terugbetaling van…

  • ECLI:NL:PHR:2018:127Parket bij de Hoge Raad, 31 januari 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van de beroepen in cassatie van respectievelijk [X1] B.V. en V.O.F. [X2] tegen de inhoud van de brief van gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5916Raad van State, 7 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel een vergunning voor de huisvesting van 400 arbeidsmigranten op de locatie [locatie 1] verleend. De gemeente…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5810Raad van State, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 oktober 2022 (het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een geslotenverklaring ingesteld, met uitzondering van fietsers en bromfietsers…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5811Raad van State, 30 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 24 oktober 2022 (het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een geslotenverklaring ingesteld, met uitzondering van fietsers en bromfietsers…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1155Centrale Raad van Beroep, 3 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

239 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.