Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:55 Awb

Verzet tegen een uitspraak zonder zitting redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Tegen de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan verzet doen bij de bestuursrechter.

  2. 2

    De artikelen 6:4, derde lid, 6:5 tot en met 6:9, 6:11, 6:14, 6:15, 6:17 en 6:21 zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Indien bij wet de werking van een uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist, wordt de werking van de uitspraak, bedoeld in artikel 8:54, tweede lid, op overeenkomstige wijze opgeschort.

  4. 4

    Alvorens uitspraak te doen op het verzet, stelt de bestuursrechter de indiener van het verzetschrift die daarom heeft gevraagd, in de gelegenheid op een zitting te worden gehoord, tenzij hij van oordeel is dat het verzet gegrond is. In andere gevallen kan de bestuursrechter de indiener in de gelegenheid stellen op een zitting te worden gehoord.

  5. 5

    De bestuursrechter kan ook de andere partijen in de gelegenheid stellen op de zitting, bedoeld in het vierde lid, te worden gehoord.

  6. 6

    Indien de uitspraak waartegen verzet is gedaan, is gedaan door een meervoudige kamer, wordt uitspraak op het verzet gedaan door een meervoudige kamer. Van de kamer die uitspraak doet op het verzet maakt geen deel uit degene die zitting heeft gehad in de kamer die de uitspraak heeft gedaan waartegen verzet is gedaan.

  7. 7

    De uitspraak strekt tot: a.niet-ontvankelijkverklaring van het verzet, b.ongegrondverklaring van het verzet, of c.gegrondverklaring van het verzet.

  8. 8

    Indien de bestuursrechter het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart, blijft de uitspraak waartegen verzet was gedaan in stand.

  9. 9

    Indien de bestuursrechter het verzet gegrond verklaart, vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

  10. 10

    Indien de bestuursrechter het verzet gegrond verklaart, kan hij tevens uitspraak doen op het beroep, mits: a.nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, en b.de partijen in de gelegenheid zijn gesteld op een zitting te worden gehoord en daarbij zijn gewezen op de bevoegdheid om tevens uitspraak te doen op het beroep.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1732Hoge Raad, 23 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesecht; artt. 6:7 en 6:11 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken…

  • ECLI:NL:HR:2026:1483Hoge Raad, 2 oktober 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:6 en 8:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; vertegenwoordiging in een beroepszaak…

  • ECLI:NL:HR:2026:1414Hoge Raad, 18 september 2026 (belastingrecht)

    Belasting van personenauto's en motorrijwielen; procesrecht; artt. 6:5, 6:6 en 6:24 Awb; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; zonder opgaaf van redenen verzoeken om…

  • ECLI:NL:HR:2026:915Hoge Raad, 12 juni 2026 (belastingrecht)

    Procesrecht; artt. 8:41 en art. 8:109 Awb; art. 267 VWEU; artt. 47 en 52 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; toetsing regeling heffing van griffierecht aan Unierechtelijke…

  • ECLI:NL:RVS:2026:6121Raad van State, 19 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13745Rechtbank Noord-Holland, 19 oktober 2026 (bestuursprocesrecht)

    BNT HZK aanvraag

  • ECLI:NL:RVS:2026:6116Raad van State, 15 oktober 2026 (bestuursrecht)

    [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2025. Een hoger beroep wordt ingevolge artikel 8:41, vierde, vijfde en zesde lid, gelezen in verbinding…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30265Rechtbank Den Haag, 12 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Verzet – BNT – asiel – gegrond – besluitmoratorium Iran.

2.803 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.