Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 7:4 Awb

Inzage en indienen van stukken voor het horen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2022

  1. 1

    Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.

  2. 2

    Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.

  3. 3

    Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.

  4. 4

    Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.

  5. 5

    Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.

  6. 6

    Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.

  7. 7

    Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.

  8. 8

    Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1074Parket bij de Hoge Raad, 17 oktober 2025 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 17 oktober 2025 in de zaken: 23/04269 ECLI:NL:PHR:2025:1122 , 24/03057 ECLI:NL:PHR:2025:1127 , 24/03073 ECLI:NL:PHR:2025:1123 , 24/03111…

  • ECLI:NL:HR:2025:106Hoge Raad, 24 januari 2025 (belastingrecht)

    Artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ; artikel 6:22 Awb; kan een (eventuele) schending van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb?; gevolgen vergoeding…

  • ECLI:NL:HR:2024:1880Hoge Raad, 20 december 2024 (belastingrecht)

    Wet waardering onroerende zaken; artikel 40 Wet WOZ; werkafspraken in relatie tot artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht

  • ECLI:NL:HR:2024:861Hoge Raad, 14 juni 2024 (belastingrecht)

    Wet WOZ; artikel 40, lid 2; Awb; artikel 7:4, leden 2 en 4.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30793Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Beroep gegrond. De minister heeft eiser ten onrechte niet gehoord in bezwaar

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1368Centrale Raad van Beroep, 15 oktober 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Uitnodiging voor de hoorzitting in bezwaar te laat verstuurd. Dit gebrek kan met toepassing van artikel 6:22 Awb worden gepasseerd. Het college is geen dwangsommen verschuldigd. Dat appellante geen…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4250Rechtbank Noord-Nederland, 6 oktober 2026 (belastingrecht)

    WOZ – artikel 17, tweede lid, Wet WOZ – naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar met de overgelegde waardematrix aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:12490Rechtbank Rotterdam, 22 september 2026 (bestuursrecht)

    Bestuurlijke boete wegens overtreding van de wet dieren. Eiseres is houder van dieren en heeft vier varkens met een ernstige open wond laten vervoeren. Verdubbeling van het standaardboetebedrag is…

1.532 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.