Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:66 Awb

Termijn voor de schriftelijke uitspraak redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2013

  1. 1

    Tenzij mondeling uitspraak wordt gedaan, doet de bestuursrechter binnen zes weken na de sluiting van het onderzoek schriftelijk uitspraak.

  2. 2

    In bijzondere omstandigheden kan de bestuursrechter deze termijn met ten hoogste zes weken verlengen.

  3. 3

    Van deze verlenging wordt aan partijen mededeling gedaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1135Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (belastingrecht)

    Bijlage: ECLI:NL:PHR:2024:1185 Art. 2.17(4) en (9) Wet IB 2001. Herverdeling tussen partners vanwege achterwaartse verliesverrekening mogelijk bij onherroepelijke vaststaande aanslagen? Buiten…

  • ECLI:NL:HR:2022:662Hoge Raad, 29 april 2022 (belastingrecht)

    Ambtshalve oordeel immateriële schadevergoeding; artikel 8:66 Awb; totale duur procedure; motivering oordeel.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1161Parket bij de Hoge Raad, 8 december 2021 (belastingrecht)

    Belgische BVO leent in België wonende profvoetballer uit aan Nederlandse BVO; is het vóór uitlening genoten eenmalig tekengeld belast in België of in Nederland? Heffingsbevoegd naar nationaal recht?…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1035Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2018 (belastingrecht)

    A-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 24 november 2017, nr. 17/3177, op het verzet van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30924Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (vreemdelingenrecht)

    Bewaring / wettelijke regeling bewaring / rechtsbijstand / voorkeursadvocaat Deze zittingsplaats behandelt de bewaringzaken ter zitting en heeft partijen medegedeeld dat de rechtmatigheid van de…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:7878Rechtbank Limburg, 23 juli 2026 (civiel recht)

    Artikel 2 lid 1 Wth; beroep; burgemeester was niet bevoegd om tijdelijk huisverbod op te leggen omdat eiser niet in de betreffende woning woonde of gedeeltelijk woonde;

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5243Rechtbank Midden-Nederland, 13 juli 2026 (bestuursrecht)

    De rechtbank is van oordeel dat de minister de studieschuld van eiser op goede gronden niet heeft kwijtgescholden. De minister heeft de hardheidsclausule niet toe hoeven te passen omdat eiser niet…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:3885Rechtbank Oost-Brabant, 5 juni 2026 (bestuursprocesrecht)

    De tot 1 augustus 2028 verleende ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming kan in stand blijven. Betreft de ontheffing voor het beschadigen of vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van…

817 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.