Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 8:36a Awb

Geldt sinds 15 april 2020

Dit artikel is in werking getreden in verband met de invoering van digitaal procederen. Zie voor de procedures en gerechten waarvoor digitaal procederen geldt het Overzicht gefaseerde inwerkingtreding op www.rijksoverheid.nl/KEI. 1 Beroep wordt langs elektronische weg ingesteld. 2 Partijen en andere betrokkenen dienen ook de overige stukken langs elektronische weg in, tenzij de bestuursrechter anders bepaalt. Artikel 6:9 is van overeenkomstige toepassing. 3 Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het indienen van verzoeken en het doen van verzet. 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien een bestuursorgaan een bezwaarschrift doorzendt op grond van artikel 7:1a, vijfde of zesde lid. 5 Indien niet is voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het eerste tot en met derde lid of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 8:36f, eerste lid, stelt de bestuursrechter de desbetreffende partij of andere betrokkene in de gelegenheid dit verzuim te herstellen binnen een door hem te bepalen termijn. Maakt de partij of andere betrokkene van deze gelegenheid geen gebruik, dan kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard dan wel kan de bestuursrechter het stuk buiten beschouwing laten. 6 In afwijking van het vijfde lid kan de bestuursrechter bepalen dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor stukkenwisseling op papier. 7 De bestuursrechter betrekt na afloop van de termijn ingediende stukken als bedoeld in het tweede lid bij zijn beslissing indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1647Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:HR:2026:1648Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:HR:2026:1649Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:HR:2026:1650Hoge Raad, 9 oktober 2026 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:888Gerechtshof Den Haag, 25 maart 2026 (belastingrecht)

    Artikel 6:6 Awb bevat een discretionaire bevoegdheid om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beroep terecht ontvankelijk verklaard. Artikel 24b UBOB. Eigenbouwer. De Inspecteur heeft…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:889Gerechtshof Den Haag, 25 maart 2026 (belastingrecht)

    Wet OB. vertrouwensbeginsel. Discretionaire bevoegdheid van artikel 6:6 Awb om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beroep terecht ontvankelijk verklaard. Vertrouwensbeginsel. Belanghebbende…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:890Gerechtshof Den Haag, 25 maart 2026 (belastingrecht)

    Wet IB. eigenbouwer. Artikel 6:6 Awb bevat een discretionaire bevoegdheid om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Beroep terecht ontvankelijk verklaard. De Rechtbank heeft terecht de…

  • ECLI:NL:HR:2025:1653Hoge Raad, 7 november 2025 (belastingrecht)

    HR verklaart het beroep in cassatie n-o.

60 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.