Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 4:95 Awb

Voorschot op een nog vast te stellen geldschuld redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2009

  1. 1

    Het bestuursorgaan kan vooruitlopend op de vaststelling van een verplichting tot betaling van een geldsom een voorschot verlenen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

  2. 2

    In de beschikking tot verlening van een voorschot kan, in afwijking van artikel 4:86, tweede lid, onderdeel a, worden volstaan met de vermelding van de wijze waarop het bedrag van het voorschot wordt bepaald.

  3. 3

    Bij de beschikking tot verlening van een voorschot kan een van artikel 4:87, eerste lid, afwijkende termijn voor de betaling van het voorschot worden vastgesteld.

  4. 4

    Betaalde voorschotten worden verrekend met de te betalen geldsom. Onverschuldigd betaalde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.

  5. 5

    Het bestuursorgaan kan het terug te vorderen voorschot bij dwangbevel invorderen voor zover deze bevoegdheid ook ten aanzien van de terugvordering van de hoofdsom is toegekend.

  6. 6

    Het bestuursorgaan kan aan de beschikking tot verlening van een voorschot voorschriften verbinden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1042Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Art. 3:83 BW. Zijn vorderingen uit hoofde van de NOW- en TVL-regeling (coronasteun) overdraagbaar en daarmee verpandbaar? Sprongcassatie. Rb. beantwoordt deze vraag bevestigend.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:752Parket bij de Hoge Raad, 4 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen over de verschuldigdheid, kwalificatie en rang van wettelijke rente (art. 6:119 BW) en wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) over loon dat boedelschuld is. Betekenis van de…

  • ECLI:NL:PHR:2014:2197Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2014 (civiel recht)

    Bevoegdheid burgerlijke rechter ter zake van invordering bestuursrechtelijke geldschulden, art. 4:124 Awb (HR 21 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:397, NJ 2014/202). Formele rechtskracht toegezonden…

  • ECLI:NL:PHR:2013:1907Parket bij de Hoge Raad, 6 december 2013 (civiel recht)

    Vordering tot nakoming van door publiekrechtelijke rechtspersoon met verzorgingsinstellingen gemaakte afspraken over uitkering van investeringsreserves. Uitleg; bevoegdhedenovereenkomst? Toewijzing…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1269Centrale Raad van Beroep, 24 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Definitieve vaststelling loonkostensubsidie op grond van de NOW-1 en NOW-2. Het subsidiebedrag is vastgesteld op €0,- omdat geen sprake is van een daling van de omzet van tenminste 20%. Geen strijd…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:12595Rechtbank Noord-Holland, 22 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Afwijzing aanvraag Ziektewetuitkering. Niet verzekerd. Verzoek om een voorlopige voorziening te treffen afgewezen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21774Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep tegen beslissing om de in het kader van de NOW2-regeling toegekende tegemoetkoming gedeeltelijk te moeten terugbetalen. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3241Rechtbank Noord-Nederland, 5 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorschot in het kader van de toeslagaffaire. Kan redelijkerwijs worden aangenomen dat er een verplichting tot betaling is?

359 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.