Algemene wet bestuursrecht

Awb

Huidige tekst

Artikel 4:15 Awb

Opschorting van de beslistermijn redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2009

  1. 1

    De termijn voor het geven van een beschikking wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het bestuursorgaan: a.de aanvrager krachtens artikel 4:5 uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, of b.de aanvrager mededeelt dat voor de beschikking op de aanvraag redelijkerwijs noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie is gevraagd, tot de dag waarop deze informatie is ontvangen of verder uitstel niet meer redelijk is.

  2. 2

    De termijn voor het geven van een beschikking wordt voorts opgeschort: a.gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd, b.zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, of c.zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven.

  3. 3

    In geval van overmacht deelt het bestuursorgaan zo spoedig mogelijk aan de aanvrager mede dat de beslistermijn is opgeschort, alsmede binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

  4. 4

    Indien de opschorting eindigt, doet het bestuursorgaan daarvan in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, of het tweede lid, onderdelen b en c, zo spoedig mogelijk mededeling aan de aanvrager, onder vermelding van de termijn binnen welke de beschikking alsnog moet worden gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:702Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2019 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies: 18/00806 (ECLI:NL:PHR:2019:700), 18/03304 (ECLI:NL:PHR:2019:698), 18/03450 (ECLI:NL:PHR:2019:699), 18/05589 (ECLI:NL:PHR:2019:701) en 19/00298…

  • ECLI:NL:HR:2019:138Hoge Raad, 15 februari 2019 (belastingrecht)

    Artikel 4:17 Awb, artikel 10 Wet op de loonbelasting 1964. Geen loonbelasting over dwangsom die door overheidswerkgever wordt uitgekeerd.

  • ECLI:NL:PHR:2015:2341Parket bij de Hoge Raad, 23 november 2015 (belastingrecht)

    De belastingdienst is in 2009 van een tipgever te weten gekomen dat een aantal Nederlandse belastingplichtigen, waaronder belanghebbende, bankrekeningen aanhield in Luxemburg welke zijn verzwegen…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BX7579Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2013 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Beoordeling rechtmatigheid overschrijding wettelijke beslistermijn; maatstaf. Opschorting beslistermijn op de voet van art. 31 Wet Bibob. Afwachten van Bibob-advies…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9721Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (bestuursrecht)

    NTB KOT

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9722Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (bestuursrecht)

    NTB KOT

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9724Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (bestuursrecht)

    NTB KOT

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9725Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 oktober 2026 (bestuursrecht)

    NTB KOT

305 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.