Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:450 BW

Geldt sinds 1 januari 2025

  1. 1

    De ondernemingskamer behandelt het in artikel 447 bedoelde verzoek met de meeste spoed. De zaak zal met gesloten deuren worden behandeld; de uitspraak geschiedt in het openbaar.

  2. 2

    Bij de bepaling van de dag waarop de behandeling aanvangt bepaalt de ondernemingskamer tevens een termijn waarbinnen de rechtpersoon, vennootschap, effectenuitgevende instelling of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 447, lid 1, waarop het verzoek betrekking heeft, een verweerschrift kan indienen.

  3. 3

    Onverminderd de leden 4 tot en met 8 worden andere belanghebbenden dan de rechtpersoon, vennootschap, effectenuitgevende instelling of beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 447, lid 1, waarop het verzoek betrekking heeft, niet opgeroepen en kunnen zij geen verweerschrift indienen.

  4. 4

    Indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een effectenuitgevende instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet toezicht financiële verslaggeving en het verzoek niet is gedaan door de Stichting Autoriteit Financiële Markten, wordt deze in de gelegenheid gesteld te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen, tenzij artikel 448 lid 2, laatste volzin, van toepassing is en, indien artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering toepassing heeft gevonden, in de gelegenheid gesteld haar mening over het deskundigenbericht aan de ondernemingskamer kenbaar te maken.

  5. 5

    De ondernemingskamer beslist niet dan nadat zij de accountant die belast is geweest met het onderzoek van de jaarrekening of met het onderzoek van de informatie, het afzonderlijke jaarlijkse verslag of de verklaringen, bedoeld in artikel 391a lid 2, onderdeel c, in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen. Dit is niet van toepassing indien het verzoek betrekking heeft op het verslag over betalingen aan overheden, genoemd in de desbetreffende algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 391a lid 2.

  6. 6

    De ondernemingskamer geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een verzekeraar of bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, geen beslissing zonder dat De Nederlandsche Bank N.V. of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.

  7. 7

    De ondernemingskamer geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, geen beslissing zonder De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.

  8. 8

    De ondernemingskamer geeft, indien het verzoek wordt gedaan ten aanzien van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, geen beslissing zonder De Nederlandsche Bank N.V. en de Stichting Autoriteit Financiële Markten in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord over de in het verzoek genoemde onderwerpen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:365Parket bij de Hoge Raad, 29 maart 2019 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen…

  • ECLI:NL:HR:2009:BG8790Hoge Raad, 24 april 2009 (ondernemingsrecht)

    Jaarrekeningenrecht. Afgewezen verzoek van de AFM tegen Spyker tot vernietiging en bevel tot wijziging van jaarrekening 2006; ondernemingskamer niet verplicht bij iedere afwijking van de…

  • ECLI:NL:PHR:2009:BG8790Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2009 (ondernemingsrecht)

    Jaarrekeningenrecht. Afgewezen verzoek van de AFM tegen Spyker tot vernietiging en bevel tot wijziging van jaarrekening 2006; ondernemingskamer niet verplicht bij iedere afwijking van de…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1063Gerechtshof Amsterdam, 10 mei 2023 (ondernemingsrecht)

    OK; jaarrekeningprocedure; afwijzing van het verzoek van verzoekster tot verandering en vermeerdering van haar verzoek

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:3332Gerechtshof Amsterdam, 23 november 2022 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer - Afwijzing van het verzoek van SOBI - Stichting PME Pensioenfonds behoeft haar jaarrekening niet aan te passen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2018:540Gerechtshof Amsterdam, 19 februari 2018 (ondernemingsrecht)

    OK; jaarrekeningprocedure; bevel aanpassing jaarrekening en volgende jaarrekeningen; art. 2:447 en 451 BW

  • ECLI:NL:GHAMS:2017:794Gerechtshof Amsterdam, 27 februari 2017 (ondernemingsrecht)

    OK; jaarrekening; bepaling comparitie van partijen; BW art. 2:447 lid 1

  • ECLI:NL:GHAMS:2015:2615Gerechtshof Amsterdam, 22 juni 2015 (ondernemingsrecht)

    Jaarrekeningenzaak: verzoek tot vernietiging van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening over 2011 (2:477 BW) van verweerders is toewijsbaar.

11 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.