Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:334c BW

Geldt sinds 23 april 2002

  1. 1

    Indien het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon overgaat, houdt hij door het van kracht worden van de splitsing op te bestaan.

  2. 2

    Lid 1 geldt niet, indien ten minste een verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschap is en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:822Rechtbank Gelderland, 27 februari 2019 (belastingrecht)

    Art. 15, eerste lid, letter h, van de WBRV. Artikel 5c van het Uitvoeringsbesluit BRV. Splitsingsvrijstelling. De uitgifte van aandelen door een verkrijgende rechtspersoon, een OZR, aan eiser in het…

  • ECLI:NL:RBGEL:2019:824Rechtbank Gelderland, 27 februari 2019 (belastingrecht)

    Art. 15, eerste lid, letter h, van de WBRV. Artikel 5c van het Uitvoeringsbesluit BRV. Splitsingsvrijstelling. De uitgifte van aandelen door een verkrijgende rechtspersoon, een OZR, aan eiseres in…

  • ECLI:NL:GHARL:2016:6589Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 augustus 2016 (civiel recht)

    De in eerste aanleg gedaagde partij is een vennootschap. De rechtbank wijst de vordering tegen gedaagde af. De eisers komen vervolgens tijdig in hoger beroep. Na het uitbrengen van de…

  • ECLI:NL:GHSGR:2002:AE6131Gerechtshof 's-Gravenhage, 1 mei 2002 (belastingrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.