Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:192 BW

Statutaire verplichtingen en eisen voor aandeelhouders redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 oktober 2012

  1. 1

    De statuten kunnen met betrekking tot alle aandelen of aandelen van een bepaalde soort of aanduiding: a) bepalen dat verplichtingen van verbintenisrechtelijke aard, jegens de vennootschap of derden of tussen aandeelhouders, aan het aandeelhouderschap zijn verbonden; b) eisen verbinden aan het aandeelhouderschap; c) bepalen dat de aandeelhouder in gevallen, in de statuten omschreven, gehouden is zijn aandelen of een deel daarvan aan te bieden en over te dragen. Een in de vorige zin onder a, b of c bedoelde verplichting of eis kan niet, ook niet onder voorwaarde of tijdsbepaling, tegen de wil van de aandeelhouder worden opgelegd.

  2. 2

    De statuten kunnen bepalen dat de inwerkingtreding van een statutaire verplichting of eis als bedoeld in lid 1 onder a, b of c, afhankelijk is van een besluit van een daartoe in de statuten aangewezen orgaan van de vennootschap. De statuten kunnen voorts bepalen dat een daartoe in de statuten aangewezen orgaan van de vennootschap ontheffing kan verlenen van een statutaire verplichting of eis.

  3. 3

    Een regeling als bedoeld in lid 1 onder c dient zodanig te zijn dat de aandeelhouder die dit verlangt een prijs ontvangt, gelijk aan de waarde van zijn aandeel of aandelen, vastgesteld door een of meer onafhankelijke deskundigen. De statuten kunnen voorzien in een van de vorige zin afwijkende prijsbepalingsregeling. Een dergelijke afwijkende regeling kan aan een aandeelhouder niet tegen zijn wil worden opgelegd.

  4. 4

    De statuten kunnen bepalen dat zolang een aandeelhouder een statutaire verplichting niet nakomt of niet aan een statutaire eis voldoet, het stemrecht, het recht op uitkeringen of het vergaderrecht is opgeschort. Indien een aandeelhouder een of meer van de in de vorige zin genoemde rechten niet kan uitoefenen en de aandeelhouder niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen, vervalt de opschorting wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na een verzoek daartoe van de aandeelhouder gegadigden heeft aangewezen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen volgens een regeling in de statuten. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing. Een opschorting van rechten vervalt, indien de opschorting tot gevolg heeft dat geen van de aandeelhouders het stemrecht kan uitoefenen.

  5. 5

    De statuten kunnen bepalen dat indien een aandeelhouder niet binnen een bepaalde redelijke termijn een verplichting als bedoeld in lid 1 onder c is nagekomen, de vennootschap onherroepelijk gevolmachtigd is de aandelen aan te bieden en over te dragen. Tot het aanbieden en het leveren van de aandelen is de vennootschap ook bevoegd tijdens het faillissement van de aandeelhouder of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Wanneer er geen gegadigden zijn aan wie de aandeelhouder zijn ingevolge lid 1 onder c aangeboden aandelen kan overdragen, ontbreekt de volmacht en is de aandeelhouder onherroepelijk van de statutaire verplichting tot aanbieding en overdracht, alsmede van een opschorting van rechten als bedoeld in lid 4, ontheven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:735Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over toepassing van art. 3:44 lid 4 BW, toetsing van schorsing uitvoerend bestuurder aan redelijkheid en billijkheid…

  • ECLI:NL:PHR:2019:490Parket bij de Hoge Raad, 12 april 2019 (ondernemingsrecht)

    Procesrecht. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen. Klachten over de niet…

  • ECLI:NL:HR:2015:3012Hoge Raad, 9 oktober 2015 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Hoger beroep tegen faillietverklaring. Proces-verbaal behandeling eerste aanleg; schending van hoor en wederhoor?

  • ECLI:NL:PHR:2009:BJ7331Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2009 (civiel recht)

    Overeenkomstenrecht. Geschil over uitkoop aandeelhouder; uitleg aandeelhoudersovereenkomst (81 RO).

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:10340Rechtbank Amsterdam, 7 oktober 2026 (ondernemingsrecht)

    Besluiten aandeelhoudersvergadering tot uitgeven nieuwe aandelen en intrekken bij oprichting uitgegeven aandelen in strijd met de wet en statuten. Nietige besluiten. Bij oprichting zijn aandelen niet…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2465Gerechtshof Den Haag, 28 juli 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Statutaire aanbiedingsregeling binnen een 50%/50%-joint-venture is onder meer van toepassing bij wijziging van 'enige zeggenschap' bij een van joint venture-partners…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8200Rechtbank Amsterdam, 22 juli 2026 (ondernemingsrecht)

    Geschil tussen aandeelhouders over te betalen prijs voor over te nemen aandelen na uitoefening call optie. Rechtbank oordeelt dat partijen zijn gebonden aan de prijsbepalingsregeling in de…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:3931Rechtbank Rotterdam, 1 april 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Tussen partijen als (indirect) aandeelhouders en bestuurders van de vennootschap is onenigheid ontstaan, waardoor zij zich in een impasse bevinden. Over en weer zijn vorderingen…

17 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.