Burgerlijk Wetboek Boek 2

BW

Huidige tekst

Artikel 2:286 BW

Oprichting en statuten van een stichting redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2021

  1. 1

    Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte.

  2. 2

    De akte moet worden verleden in de Nederlandse taal. Indien de stichting haar zetel heeft in de provincie Fryslân kan de akte in de Friese taal worden verleden. Een volmacht tot medewerking aan de akte moet schriftelijk zijn verleend. De stichting kan worden opgericht door een uiterste wilsbeschikking, gemaakt bij een notariële akte die in een vreemde taal is verleden; de statuten van de stichting moeten ook dan in de Nederlandse of Friese taal luiden.

  3. 3

    De akte bevat de statuten van de stichting.

  4. 4

    De statuten moeten inhouden: a.de naam der stichting, met het woord stichting als deel van de naam; b.het doel der stichting; c.de wijze van benoeming en ontslag van bestuurders en, indien er een raad van commissarissen wordt ingesteld, de wijze van benoeming en ontslag van commissarissen; d.de gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft; e.de bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in geval van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden vastgesteld.

  5. 5

    De notaris, ten overstaan van wie de akte is verleden, draagt zorg dat de statuten bevatten hetgeen in de leden 2-4 is genoemd. Bij verzuim is hij persoonlijk jegens hen die daardoor schade hebben geleden, aansprakelijk.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1287Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Stichtingenrecht. Procesrecht. Wijziging statutaire doel van stichting door rechter (art. 2:294 BW). Herroepingsprocedure (art. 390 Rv). Belanghebbendebegrip.

  • ECLI:NL:PHR:2018:742Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2018 (civiel recht)

    Ondernemingsrecht Curaçao. Overgangsrecht bij invoering enqueterecht. Onmiddellijke werking: kan rekening worden gehouden met feiten voorgevallen vóór datum inwerkingtreding? Concordantiebeginsel in…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:4748Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 juli 2026 (civiel recht)

    Verzoek toestemming om liquidatiesaldo evenredig te verdelen over de huidige leden van de enige nog bij de stichting aangesloten vereniging wordt afgewezen. Uitkering is in strijd met de statutaire…

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:13200Rechtbank Limburg, 10 december 2025 (civiel recht)

    Civiel recht. Bodemzaak. Besluit ontslag bestuurder stichting. Artikel 2:15 BW. Artikel 2:8 BW. Eiseres is van mening dat het besluit van de RvT van gedaagde om haar als bestuurder van gedaagde te…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11957Rechtbank Gelderland, 30 juli 2025 (verbintenissenrecht)

    Vennootschapsrecht, wie is bestuurder?

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:3217Rechtbank Noord-Holland, 25 maart 2025 (civiel recht)

    Verzoek ogv art 2:299 BW. Rechtbank wijst het verzoek toe. Er bestaat onzekerheid over de vraag of de huidige bestuursleden op de juiste wijze zijn benoemd en dus of op dit moment een bestuur van de…

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:2694Rechtbank Noord-Holland, 31 maart 2022 (civiel recht)

    Kort geding. Ontslag bestuurder door raad van toezicht scholenkoepel Stichting Ronduit teruggedraaid.

  • ECLI:NL:RBROT:2018:10934Rechtbank Rotterdam, 5 november 2018 (civiel recht)

    Kort geding. Schorsing statutair bestuurder/ werknemer van een stichting ongeoorloofd omdat betrokkenen niet van tevoren is gehoord.

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.